# Wat te doen als je auto niet start na lang stilstaan

Het moment is herkenbaar voor veel autobezitters: na weken of zelfs maanden van stilstand draai je de sleutel om, maar je auto reageert niet zoals verwacht. Langdurige inactiviteit kan een reeks technische problemen veroorzaken die variëren van een simpele lege accu tot complexe mechanische blokkades. Tijdens de coronapandemie en bij mensen die voor langere tijd op vakantie gaan, blijkt dit een bijzonder veelvoorkomend probleem. De elektronica van moderne voertuigen blijft namelijk continu een kleine hoeveelheid stroom verbruiken, zelfs wanneer de auto volledig uitgeschakeld lijkt. Gemiddeld wordt geschat dat ongeveer 40% van alle autopech gerelateerd is aan accuproblemen, waarbij langdurige stilstand een significante factor vormt. Dit artikel biedt een diepgaande analyse van de verschillende oorzaken en praktische oplossingen om je voertuig weer aan de praat te krijgen.

Diagnose van een lege accu na langdurige stilstand

De accu is vrijwel altijd de eerste verdachte wanneer een auto niet start na een periode van inactiviteit. Moderne voertuigen hebben talloze elektronische systemen die constant kleine hoeveelheden stroom trekken voor geheugenopslag, alarmsystemen en computermodules. Een gezonde accu kan gemiddeld twee tot drie weken zonder rijden overbruggen voordat de spanning te laag wordt om de startmotor aan te drijven. Bij oudere accu’s of extreme temperaturen kan dit echter aanzienlijk korter zijn. Het belangrijkste onderscheid dat je moet maken is of de accu simpelweg leeg is geraakt of daadwerkelijk defect. Een lege accu kun je opladen of starthulp geven, maar een defecte accu moet vervangen worden om verdere problemen te voorkomen.

Controleren van de accuspanning met een multimeter

Het meten van de accuspanning geeft je direct inzicht in de conditie van je batterij. Een volledig opgeladen accu moet een rustspanning hebben van minimaal 12,6 volt, terwijl een spanning onder de 12,0 volt aangeeft dat de accu grotendeels ontladen is. Met een eenvoudige digitale multimeter, die je voor ongeveer 15 tot 25 euro kunt aanschaffen, kun je deze meting zelf uitvoeren. Zet het apparaat op de DC voltage-stand en plaats de rode probe op de positieve pool en de zwarte op de negatieve pool van de accu. Wanneer je de spanning meet terwijl iemand de startmotor activeert, mag de spanning niet onder de 9,6 volt zakken. Als dit wel gebeurt, is de accu waarschijnlijk niet in staat om voldoende startcapaciteit te leveren en moet deze vervangen worden.

Herkennen van sulfatering bij diepontladen batterijen

Sulfatering is een chemisch proces dat optreedt wanneer een accu langdurig in ontladen toestand blijft. Bij dit proces vormen zich grote kristallen van loodsulfaat op de accuplaten, die de capaciteit permanent verminderen. Dit is een van de meest voorkomende redenen waarom accu’s na lange stilstand niet meer optimaal functioneren. Je kunt sulfatering soms visueel herkennen als een witgrijze aanslag op de polen, maar het interne proces is alleen met gespecialiseerde apparatuur te detecteren. Moderne accutestapparaten kunnen de interne weerstand meten en aangeven of sulfatering heeft plaatsgevonden. Een accu die diep ontladen is geraakt en sulfatering vertoont, kan vaak niet meer volledig hersteld worden,

zelfs niet met een druppellader of speciale regeneratiestand. In dat geval is vervanging de enige betrouwbare oplossing. Laat bij twijfel altijd een professionele accutest uitvoeren; daarmee worden zowel de koudstartstroom (CCA-waarde) als de interne weerstand gemeten. Twijfel je of je je oude accu nog een seizoen kunt gebruiken, of beter nu vervangt om startproblemen na lang stilstaan te voorkomen? Dan is het meestal verstandiger om proactief te kiezen voor een nieuwe accu, zeker bij winters gebruik of wanneer je auto regelmatig langere tijd stilstaat.

Symptomen van een defecte dynamo of spanningsregelaar

Niet elk startprobleem na stilstand is puur een kwestie van een lege accu. Soms lijkt de auto-accu telkens leeg, terwijl het echte probleem in de dynamo of spanningsregelaar zit. Een dynamo die onvoldoende laadspanning levert, zorgt ervoor dat de accu na elke rit iets leger achterblijft. Typische symptomen zijn zwakker wordende koplampen bij stationair draaien, een rood accu- of laadsymbool op het dashboard en elektronische systemen die spontaan uitvallen. Bij moderne auto’s kunnen ook vage storingsmeldingen en knipperende waarschuwingslampjes duiden op een instabiele boordspanning.

Je kunt de dynamo grofweg controleren met dezelfde multimeter waarmee je de accuspanning meet. Start de motor (eventueel eerst met starthulp) en meet de spanning op de accupolen bij stationair toerental. Een goed functionerende dynamo levert doorgaans tussen de 13,8 en 14,4 volt. Blijft de waarde rond de 12 volt hangen, dan wordt de accu niet of nauwelijks opgeladen. Schiet de spanning echter boven de 15 volt, dan kan een defecte spanningsregelaar de oorzaak zijn, wat juist gevaarlijk is voor de elektronica van je auto. In beide gevallen is het verstandig om zo snel mogelijk een garage te bezoeken en de dynamo professioneel te laten testen.

Merk je dat de auto na een langere rit nog steeds moeilijk start, ondanks een ogenschijnlijk goede accu? Dan is de kans groot dat de dynamo niet goed bijlaadt. Zie het als een oplader van je telefoon die nog maar half vermogen levert: de batterij lijkt telkens “zomaar” leeg, terwijl de bron van het probleem in de lader zit. Een tijdige diagnose voorkomt dat je onverwacht langs de kant van de weg strandt na een periode van stilstand.

Testen van de startmotor bij onvoldoende vermogen

Als de accuspanning in orde is, maar de motor draait bij het starten toch traag rond of helemaal niet, komt de startmotor in beeld. De startmotor vraagt relatief veel stroom in een korte tijd; elk intern defect valt daardoor direct op als startproblemen na lang stilstaan. Hoor je slechts een enkele klik of snel tikkend geluid, terwijl de verlichting op het dashboard fel blijft? Dan kan het zijn dat het relais in de startmotor wel schakelt, maar dat de motor zelf vastzit of versleten is. Ook een verbrande of versleten koolborstel kan ervoor zorgen dat de startmotor onvoorspelbaar wel of niet reageert.

Een eerste controle die je zelf kunt doen, is het beoordelen van de laadkabels en massapunten. Een geoxideerde massa-aansluiting tussen motorblok en chassis kan lijken op een defecte startmotor, omdat er onvoldoende stroom kan lopen. Reinig verdachte aansluitpunten en zorg dat alle klemmen stevig vastzitten. Blijft het probleem bestaan, dan kan een monteur met een stroomtang meten hoeveel ampère de startmotor trekt tijdens het starten. Is de stroom extreem hoog, maar draait de motor niet of nauwelijks, dan wijst dit op een intern mechanisch probleem. Trek juist een lage stroom en gebeurt er ook weinig, dan kan een intern elektrisch defect of verbrande wikkeling de boosdoener zijn.

In sommige gevallen komt een vastzittende startmotor tijdelijk “tot leven” als de auto een tijdje gesleept wordt of als er licht op het huis van de startmotor wordt getikt. Dit is echter geen duurzame oplossing en kan de schade vergroten. Zie het eerder als het tikken tegen een oude tv: hij doet het even, maar je weet dat vervanging eraan komt. Bij blijvende startproblemen ondanks goede accu en dynamo is het verstandig de startmotor te laten reviseren of vervangen.

Startproblemen door defecte brandstoftoevoer

Als je zeker weet dat de accu en startmotor in orde zijn, maar de motor draait wel rond en slaat niet aan, verschuift de aandacht naar de brandstoftoevoer. Een motor heeft drie basisvoorwaarden nodig om te starten: brandstof, lucht en vonk. Na een lange periode van stilstand zien we in de praktijk vaak dat vooral de brandstofvoorziening na lange stilstand te lijden heeft gehad. Benzine kan verouderen, ethanol kan vocht aantrekken en rubberen leidingen en afdichtingen kunnen uitdrogen of verharden. Dit leidt tot verstoppingen, lekkages en lucht in het systeem.

Bij moderne benzinemotoren hoor je bij het op contact zetten meestal kort de elektrische brandstofpomp zoemen. Blijft dit geluid volledig uit, dan is er mogelijk een probleem met de pomp, het relais of de spanningstoevoer. Bij diesels speelt weer een ander probleem: lucht in het systeem zorgt ervoor dat de hogedrukpomp geen stabiele druk kan opbouwen. Het resultaat is vaak hetzelfde voor de bestuurder: de auto start wel, maar slaat niet aan, of valt kort na het aanslaan weer uit. Hieronder gaan we in op de meest voorkomende oorzaken aan de brandstofzijde na langdurige stilstand.

Leeggelopen brandstofpomp en benzineleiding na verdamping

Bij auto’s die maanden stilstaan met weinig benzine in de tank, kan de brandstof gedeeltelijk verdampen of teruglopen in de leiding. Zeker bij oudere voertuigen zonder moderne terugslagkleppen kan het brandstofsysteem na lang stilstaan zo goed als leeg raken. De pomp moet dan eerst de volledige leiding en rail weer vullen voordat de motor überhaupt een kans heeft om aan te slaan. Je merkt dit doordat je meerdere keren lang moet starten, waarbij de motor soms even “pakt” en daarna weer afslaat. Dit is niet alleen frustrerend, maar belast ook de accu en startmotor onnodig zwaar.

Wat kun je in zo’n situatie doen? Zet het contact een paar keer achter elkaar aan zonder daadwerkelijk te starten, zodat de elektrische pomp de tijd krijgt om druk op te bouwen. Bij veel auto’s loopt de pomp iedere keer dat je het contact inschakelt een paar seconden. Wacht tussendoor kort, zodat de pomp niet oververhit raakt. Probeer daarna pas te starten. Bij oudere auto’s met mechanische pomp kan het helpen de motor met een paar korte sessies te starten in plaats van één lange poging. In hardnekkige gevallen kan een monteur de druk op de brandstofrail meten en controleren of er sprake is van lekkende injectoren of een defecte terugslagklep.

Laat je auto langere tijd stilstaan, vul dan bij voorkeur de tank voor minimaal driekwart. Dit verkleint de kans op verdamping en beperkt de hoeveelheid lucht in de tank, waardoor minder condens ontstaat. Minder condens betekent ook minder roestvorming in stalen tanks en minder kans op water in de benzine, wat vooral bij winterse temperaturen nadelig kan zijn.

Verstopte brandstofinjectoren door ethanolafzetting

Moderne benzine bevat vaak 5 tot 10 procent ethanol (E5 of E10). Ethanol is hygroscopisch: het trekt water aan uit de lucht. Bij langdurige stilstand kan deze mengeling van water en ethanol zich afscheiden van de benzine, vergelijkbaar met een dressing die in laagjes splitst. Dit mengsel kan afzettingen vormen in de fijne kanalen van injectoren en in de brandstofrail. De gevolgen merk je als de auto na lange stilstand slecht loopt: onregelmatig stationair draaien, stotteren bij optrekken, minder vermogen en soms een sterke benzinegeur door onvolledige verbranding.

Verstopte injectoren merk je vaak ook aan een slechte koude start, terwijl de motor eenmaal warm iets beter lijkt te lopen. Soms gaat zelfs het motorstoringslampje branden, met foutcodes die wijzen op een arm of rijk mengsel of misfires in specifieke cilinders. Een eerste stap kan zijn om een kwalitatief goede brandstofreiniger toe te voegen aan een verse tank benzine en de auto rustig warm te rijden. Deze additieven helpen afzettingen op te lossen, al bieden ze geen wonderoplossing bij ernstig verstopte injectoren.

Is de verstopping hardnekkig of heb je een oudere auto die lang met E10-benzine heeft stilgestaan? Dan kan ultrasoon reinigen of het professioneel laten testen van de injectoren noodzakelijk zijn. De injectoren worden dan uit de motor gehaald, op een testbank aangesloten en onder gecontroleerde omstandigheden gereinigd. Zie het als een grondige gebitsreiniging na jaren tandenpoetsen met onvoldoende aandacht: soms is een intensieve behandeling nodig om alles weer in originele staat te krijgen. Daarna zal de motor na stilstand weer beter starten en merk je doorgaans ook een soepeler motorkarakter en lager brandstofverbruik.

Ontluchten van het dieselsysteem bij luchtinsluiting

Dieselmotoren zijn extra gevoelig voor lucht in het brandstofsysteem. Waar een benzinemotor soms nog enigszins wil lopen met wat luchtbellen in de leiding, weigert een common-rail diesel vaak elke dienst zolang er lucht in de hogedrukpomp of -rail zit. Na een lange stilstand, zeker als er aan de brandstofleidingen of filters is gewerkt, kan er lucht zijn binnengedrongen. Het resultaat: de diesel start niet na lange stilstand, hoe lang je ook probeert te starten.

Bij sommige diesels kun je het systeem handmatig ontluchten met een opvoerpompje of een rubberen bal op de brandstofleiding. Door deze meerdere keren in te knijpen, pomp je de diesel richting filter en pomp en verdring je de lucht. Zodra de bal hard aanvoelt, is het systeem vaak grotendeels gevuld. Vervolgens kun je in korte intervallen proberen te starten, om de hogedrukpomp de resterende lucht te laten wegwerken. Let erop dat je de startmotor niet te lang achter elkaar belast; houd steeds enkele seconden pauze.

Bij moderne diesels met elektrische voorpompen verloopt het ontluchten deels automatisch zodra je het contact inschakelt. Soms volstaat het om meerdere keren het contact aan en uit te zetten zonder te starten, zodat de pomp de brandstofleidingen vult. In hardnekkige gevallen moet het systeem met diagnoseapparatuur worden ontlucht, waarbij de pomp via de computer aangestuurd wordt. Omdat verkeerd ontluchten schade aan de hogedrukpomp of injectoren kan veroorzaken, is het bij twijfel verstandig om dit aan een specialist over te laten. Vooral bij auto’s met een hoge kilometerstand kan herhaald drooglopen de smering van de pomp nadelig beïnvloeden.

Vervangen van verouderde brandstoffilters na stilstand

Brandstoffilters worden vaak vergeten in het reguliere onderhoud, maar spelen een cruciale rol bij startproblemen na langdurig stilstaan. In de loop der jaren verzamelen ze vuil, roestdeeltjes en eventueel water. Staat een auto lang stil, dan kan dit bezinksel zich ophopen en het filter gedeeltelijk blokkeren. Het gevolg is een beperkte brandstoftoevoer, vooral merkbaar bij het starten of bij hogere belasting. Je merkt dan dat de motor moeilijk aanslaat, inhoudt bij accelereren of bij hogere snelheden simpelweg geen vermogen meer heeft.

Bij dieselmotoren heeft het brandstoffilter vaak ook een waterafscheider, omdat diesel meer gevoelig is voor waterverontreiniging. Dit water kan bij stilstand op de bodem van het filter blijven staan en in de winter zelfs bevriezen. Een verstopt of deels bevroren filter is een klassieke oorzaak van diesel startproblemen in de winter. Veel filters hebben onderaan een aftapkraantje om water te verwijderen; deze wordt in de praktijk zelden gebruikt, maar kan bij startproblemen een wereld van verschil maken.

Is je auto enkele jaren oud en heeft hij langer stilgestaan, dan is het meestal verstandig om preventief het brandstoffilter te laten vervangen. Dit is relatief goedkoop en verkleint de kans dat vuil en water in het fijngevoelige injectiesysteem terechtkomen. In combinatie met verse brandstof en eventueel een additief om condens en afzettingen tegen te gaan, vergroot je de kans dat je auto na lange stilstand weer betrouwbaar start en loopt.

Ontstekingssysteem troubleshooting na inactiviteit

Zelfs als brandstofvoorziening en accu in orde zijn, kan je auto na lange stilstand weigeren te starten door problemen in het ontstekingssysteem. Met name bij benzinemotoren is een sterke, tijdige vonk essentieel om het brandstof-luchtmengsel te ontsteken. Stilstaande auto’s hebben vaak te maken met vochtophoping, temperatuurwisselingen en veroudering van kunststof en rubber. Hierdoor kunnen bobines, bougiekabels en bougies na maanden stilstand ineens kuren vertonen, terwijl ze vóór die periode nog probleemloos functioneerden. Je merkt dit aan een motor die inhoudt, stottert of helemaal niet aanslaat.

Het ontstekingssysteem kun je zien als de bezorgdienst van de vonk: de bobine wekt de hoge spanning op, de kabels (of bobine-op-bougie) vervoeren deze en de bougie levert de vonk in de cilinder. Als één onderdeel in deze keten hapert, zal de motor moeilijk of helemaal niet starten. In de praktijk zien we na langdurige stilstand vooral vochtschade en corrosie als boosdoeners. Hieronder lees je waar je op moet letten.

Controleren van bobines en bougiekabels op vochtschade

Bij oudere auto’s met losse bobines en traditionele bougiekabels is vochtschade een veelvoorkomende oorzaak van startproblemen na lang stilstaan. Condens kan zich ophopen onder de motorkap, zeker in slecht geventileerde garages of schuren. Dit vocht kruipt in kleine haarscheurtjes van kabelisolatie of in de stekkers van bobines, waardoor de hoge spanning “weglekt” voordat deze de bougie bereikt. Het resultaat: een zwakke of helemaal geen vonk en een motor die alleen met moeite, of helemaal niet, aanslaat.

Visuele inspectie is een goede eerste stap. Controleer bougiekabels op haarscheurtjes, uitdroging en groene corrosie bij de aansluitpunten. Bij vochtig weer of in het donker kun je soms zelfs kleine overslaande vonkjes zien, een duidelijk teken dat de isolatie niet meer in orde is. Bij bobines kijk je naar barstjes in de behuizing of sporen van doorgeslagen vonken (zwarte of witgrijze streepjes). Ruik je een scherpe, ozonachtige geur na een startpoging, dan kan dat ook wijzen op overslaande spanning.

Twijfel je aan de staat van de kabels of bobines, dan is vervanging vaak de beste optie, zeker bij auto’s ouder dan tien jaar. Het ontstekingssysteem wordt zwaar belast tijdens het starten, vooral na lang stilstaan als de motor wat stroever draait. Nieuwe, goed isolerende kabels en betrouwbare bobines kunnen het verschil maken tussen een auto die bij koud, vochtig weer start of juist koppig blijft zwijgen.

Reinigen of vervangen van corroderende bougies

Bougies zijn de laatste schakel in de ontstekingsketen en krijgen het zwaar te verduren. Na lange stilstand kan er condens ontstaan in de cilinderkop, wat leidt tot roestvorming op de elektrode of isolator. Ook oude brandstof, olieaanslag of rijke mengsels bij de eerste startpogingen kunnen de bougies vervuilen. Het gevolg is een zwakke of onregelmatige vonk, waardoor de motor na lange stilstand slecht aanslaat, onrustig loopt of constant dreigt af te slaan.

Je kunt bougies demonteren en visueel beoordelen. Zijn de elektrodes zwart en roetig, nat van benzine of juist wit en aangetast, dan is reinigen soms mogelijk, maar vervanging geeft een betrouwbaarder resultaat. Gebruik bij het reinigen een messingborstel of speciale bougierreiniger; schuurpapier kan te agressief zijn en de elektrode beschadigen. Controleer ook de elektrodeafstand met een voelermaatje en stel deze zo nodig bij volgens de fabriekspecificaties.

Bij twijfel is nieuwe bougies monteren een relatief goedkope vorm van zekerheid, zeker als je toch al moeite doet om na een lange stilstand alles weer in orde te maken. Denk eraan dat een set nieuwe bougies niet alleen de kans op starten verbetert, maar vaak ook zorgt voor een soepeler stationair toerental, betere gasrespons en lager verbruik. Zie het als het vervangen van oude, verweerde kaarsen: met een frisse, scherpe vonk komt de motor weer tot leven.

Testen van de krukas- en nokkenassensor functionaliteit

Moderne motoren zijn sterk afhankelijk van sensoren om het ontstekingstijdstip en de inspuiting nauwkeurig te regelen. De krukassensor en nokkenassensor geven de motorcomputer informatie over de positie en snelheid van de bewegende delen. Valt een van deze sensoren uit, dan weet de ECU simpelweg niet wanneer hij moet vonken of inspuiten. Het resultaat: de auto start niet, maar startmotor draait wel, vaak zonder dat je direct een duidelijke mechanische oorzaak ziet.

Na lange stilstand kunnen deze sensoren problemen geven door corrosie, met name als ze dichtbij de krukaspoelie of vliegwiel gemonteerd zijn. Metaalschilfers, vuil of roest kunnen het signaal verstoren. Soms ontstaat er een hittebreuk in de bekabeling of in de sensor zelf, waardoor de auto koud wel start, maar warm niet meer. In andere gevallen geeft de sensor helemaal geen signaal meer en weigert de motor volledig dienst. Een diagnoseapparaat kan vaak een foutcode uitlezen, zoals P0335 (krukassensor) of P0340 (nokkenassensor).

Om de sensor grof te testen, kan een monteur met een oscilloscoop of multimeter kijken of er bij het starten een pulserend signaal wordt opgewekt. Geen signaal betekent vrijwel altijd vervanging. Omdat deze sensoren relatief betaalbaar zijn en cruciaal voor het starten, wordt bij twijfel vaak gekozen voor preventieve vervanging, vooral bij oudere auto’s met startproblemen na langere stilstand. Je kunt ze zien als de “oogjes” van de motorcomputer: zonder goed zicht op de positie van krukas en nokkenas kan de ECU niet op tijd “kieken” wanneer hij moet ontsteken.

Starthulp technieken en veilige jumpstart procedures

Wanneer je auto niet meer start na lang stilstaan, is starthulp vaak de snelste manier om weer op weg te komen. Toch kan onjuist gebruik van startkabels flinke schade veroorzaken aan de elektronica van zowel jouw auto als de hulpauto. Moderne voertuigen zitten vol gevoelige modules en sensoren die minder vergevingsgezind zijn dan oudere, volledig analoge auto’s. Daarom is het belangrijk om starthulp veilig te gebruiken en een aantal basisregels te volgen. Zie een jumpstart als het toedienen van een hartschok: het kan levensreddend zijn, maar verkeerd toegepast ook gevaarlijk.

Gebruik altijd degelijke startkabels met voldoende kabeldikte en geïsoleerde klemmen. Sluit eerst de rode kabel aan op de pluspool van de lege accu en vervolgens op de pluspool van de hulpauto. Daarna bevestig je de zwarte kabel op de minpool van de hulpauto en het andere uiteinde bij voorkeur op een massapunt (ongeverfd metaal) van de pechauto, niet direct op de minpool. Dit verkleint de kans op vonkvorming vlak bij de accu, waar zich explosief gas kan verzamelen. Laat de motor van de hulpauto enige tijd draaien voordat je probeert te starten, zodat de lege accu alvast wat spanning opbouwt.

Start de auto met de lege accu met korte pogingen van maximaal tien seconden, met telkens een pauze ertussen om de startmotor te sparen. Is de motor aangeslagen, laat beide auto’s dan nog even stationair draaien voordat je de kabels in omgekeerde volgorde losmaakt. Schakel grote stroomverbruikers zoals achterruitverwarming en stoelverwarming bij voorkeur uit tijdens het starten, zodat er meer capaciteit beschikbaar is voor de startmotor. Twijfel je of jouw moderne auto wel veilig met startkabels mag worden gestart? Raadpleeg dan eerst het instructieboekje of vraag advies aan een professional; sommige fabrikanten raden een jumpstarter of boosterpack aan boven traditionele kabels.

Preventief onderhoud voor langdurige stalling

De beste manier om startproblemen na lange stilstand te voorkomen, is je auto goed voorbereiden op een periode van inactiviteit. Als je weet dat je voertuig enkele weken tot maanden niet gebruikt zal worden, kun je met een paar eenvoudige stappen de kans op ellende achteraf drastisch verkleinen. Denk aan een combinatie van accuonderhoud, brandstofbeheer en bescherming van mechanische delen. Veel pechhulpdiensten melden dat een aanzienlijk deel van de pechgevallen in de woonplaats voorkomen had kunnen worden met basale preventieve maatregelen.

Een druppellader is bijvoorbeeld een kleine investering die zich snel terugverdient. Door de accu continu op spanning te houden, voorkom je diepontlading en sulfatering. Daarnaast is het verstandig om de auto niet met een (bijna) lege brandstoftank weg te zetten. Vul de tank minimaal tot driekwart en overweeg bij benzinemotoren een brandstofstabilisator toe te voegen, zeker als je E10-benzine gebruikt. Dit helpt veroudering en afzettingen in het brandstofsysteem te beperken.

Ook banden en remmen hebben aandacht nodig bij langdurige stilstand. Verhoog de bandenspanning met ongeveer 0,3 tot 0,5 bar om het risico op “vlakke kanten” te verkleinen, en laat de auto indien mogelijk af en toe een stukje verplaatst worden. Gebruik bij voorkeur de handrem niet, maar zet de auto in de eerste versnelling (of in ‘P’ bij automaten) om vastzittende remmen te voorkomen. Heb je de beschikking over een droge, geventileerde stalling, dan verklein je bovendien de kans op roest en vochtschade aan het ontstekingssysteem.

Tot slot is het slim om vooraf een korte checklist te maken: accu aangesloten of juist losgekoppeld, tank gevuld, bandenspanning verhoogd en eventueel een hoes gebruikt bij buitenstalling. Zie het als het winterklaar maken van een vakantiehuis: een uurtje voorbereiding scheelt vaak een dag werk bij terugkomst. Door preventief onderhoud voor langdurige stalling serieus te nemen, vergroot je de kans dat je auto na weken of maanden stilstand gewoon start alsof hij gisteren nog gereden heeft.

Mechanische blokkades en motorolie viscositeit problemen

Naast elektrische en brandstofgerelateerde oorzaken kunnen ook puur mechanische factoren ervoor zorgen dat een auto na lang stilstaan niet meer wil starten. Denk aan vastzittende remmen, “aangeplakte” zuigerveren of een distributieriem die is verouderd en bij de eerste startpoging breekt. Hoewel zulke scenario’s minder vaak voorkomen dan een lege accu, zijn de gevolgen meestal ernstiger en kostbaarder. Daarom loont het de moeite om bij hardnekkige startproblemen na lange stilstand ook stil te staan bij de mechanische staat van de motor en aandrijflijn.

Een klassieke boosdoener is oude of te dikke motorolie. Olie veroudert zowel chemisch als fysiek: additieven breken af en vuildeeltjes hopen zich op. Staat een auto lang stil, dan zakt de olie volledig naar het carter en vormt zich geen beschermende film op kritieke delen. Bij de eerste startpogingen moet de olie weer overal komen, wat langer duurt als de viscositeit te hoog is, zeker bij koude temperaturen. Je merkt dit doordat de motor zwaar rondgaat en soms een schrapend of tikkend geluid maakt totdat de oliedruk is opgebouwd. In extreme gevallen kan onvoldoende smering bij de eerste start na lange stilstand ernstige motorschade veroorzaken.

Een oliewissel vóór of direct na een lange stilstandsperiode is daarom geen overbodige luxe, vooral bij auto’s met gevoelige of hoogbelaste motoren. Kies voor de door de fabrikant voorgeschreven viscositeit en kwaliteit (bijvoorbeeld 5W-30 of 0W-20), zodat de olie bij koude start snel genoeg door het systeem stroomt. Zie motorolie als het bloed van de motor: te dik of vervuild bloed maakt het hart lusteloos en kwetsbaar. Door tijdig te verversen, vergroot je de kans dat de motor na maanden rust weer soepel en zonder overmatige slijtage tot leven komt.

Daarnaast kunnen remschijven en remblokken na lange stilstand aan elkaar “vastroesten”, vooral als de auto buiten en vochtig geparkeerd stond. Je merkt dit wanneer de auto na het starten wel aanslaat, maar niet of moeilijk wegrolt of een hard schurend geluid maakt. In lichte gevallen schiet dit na enkele meters los, maar ernstige vastroesting kan ervoor zorgen dat de wielen volledig blokkeren. Ook kunnen lagers en bewegende delen in de aandrijflijn door roest of uitdroging stroever lopen, waardoor de startmotor meer moeite heeft om de motor rond te draaien.

Merk je tijdens de eerste startpogingen dat de motor extreem zwaar gaat of helemaal niet rond wil, forceer dan niet eindeloos met de startmotor. Laat de auto inspecteren voordat je opnieuw probeert. Een monteur kan met de hand of met een sleutel op de krukaspoelie controleren of de motor vrij draait. Bij twijfel over de staat van distributieriem of ketting – vooral na jaren stilstand – is preventieve vervanging vaak de verstandigste keuze. Daarmee voorkom je dat een mogelijk eenvoudige “niet starten na lang stilstaan”-situatie verandert in een kostbare motorschade.