Wanneer u als ondernemer een zakelijke auto aanschaft, komt u onvermijdelijk de termen marge-auto en BTW-auto tegen. Deze fiscale begrippen bepalen in belangrijke mate hoeveel u daadwerkelijk betaalt en welke mogelijkheden er zijn voor BTW-verrekening. Het verschil tussen beide categorieën heeft directe gevolgen voor uw liquiditeit, administratieve verplichtingen en uiteindelijke kosten. Voor startende ondernemers kan dit verschil duizenden euro’s schelen, terwijl gevestigde bedrijven strategisch kunnen profiteren van de fiscale voordelen die deze regelingen bieden.

In de Nederlandse automarkt zijn beide categorieën ruim vertegenwoordigd. Naar schatting bestaat ongeveer 60% van het zakelijke occasionaanbod uit marge-auto’s, terwijl nieuwe voertuigen en bepaalde gebruikte bedrijfswagens als BTW-auto’s worden aangeboden. Het onderscheid is niet altijd zichtbaar in advertenties, maar heeft verstrekkende fiscale consequenties die iedere zakelijke koper moet begrijpen voordat een aankoopbeslissing wordt genomen.

De keuze tussen een marge-auto en een BTW-auto hangt af van uw ondernemingsvorm, BTW-positie en financiële situatie. Een verkeerde keuze kan leiden tot onverwachte kosten of gemiste kansen voor fiscale optimalisatie. Dit geldt des te meer nu de Belastingdienst strengere controles uitvoert op correcte BTW-verrekening bij zakelijke voertuigen.

Btw-regeling bij autoverkoop: fiscale grondslagen en toepassingsgebied

De BTW-regeling bij autoverkoop vormt de basis voor het onderscheid tussen beide categorieën voertuigen. In Nederland geldt een omzetbelastingtarief van 21% op de verkoop van nieuwe en gebruikte auto’s, tenzij specifieke uitzonderingen van toepassing zijn. Deze belasting wordt geheven conform de Wet op de Omzetbelasting 1968 (Wet OB), die de kaders bepaalt voor BTW-berekening, -aftrek en -afdracht.

Voor ondernemers is de BTW-positie van cruciaal belang bij het aanschaffen van een zakelijk voertuig. De BTW-wetgeving biedt namelijk de mogelijkheid om voorbelasting terug te vorderen, waardoor de daadwerkelijke kosten aanzienlijk lager uitvallen dan de aankoopprijs inclusief BTW. Deze systematiek geldt echter alleen wanneer aan specifieke voorwaarden wordt voldaan en de juiste administratieve procedures worden gevolgd.

Aftrekbare BTW op zakelijke voertuigen volgens artikel 15 wet OB

Artikel 15 van de Wet OB regelt onder welke voorwaarden ondernemers recht hebben op aftrek van voorbelasting. Bij zakelijke voertuigen geldt dat de BTW volledig aftrekbaar is wanneer de auto uitsluitend voor ondernemingsdoeleinden wordt gebruikt. In de praktijk betekent dit dat er een sluitende kilometeradministratie moet worden bijgehouden om het zakelijke gebruik aan te tonen. Ontbreekt deze registratie, dan past de Belastingdienst een forfaitaire BTW-correctie toe van 2,7% van de catalogusprijs inclusief BTW en BPM op jaarbasis.

De aftrekbaarheid van BTW op personenauto’s verschilt fundamenteel van die op bedrijfswagens met een grijs kenteken. Bij bestelwagens en andere bedrijfsvoertuigen gaat de fiscus er vanuit dat het gebruik volledig zakelijk is, tenzij het tegendeel wordt bewezen. Voor gewone personenauto’s ligt de bewijslast juist andersom: de ondernemer moet aantonen

dat de auto voor minimaal 90% zakelijk wordt gebruikt om volledige aftrek van de voorbelasting te kunnen claimen. Bij gemengd gebruik (zakelijk én privé) is slechts een evenredig deel van de BTW aftrekbaar, gebaseerd op het werkelijke zakelijke gebruik. Dit voorkomt dat u als ondernemer BTW terugvordert over privégebruik, wat fiscaal niet is toegestaan. In veel gevallen kiezen ondernemers daarom voor de forfaitaire correctie, omdat dit administratief eenvoudiger is dan een sluitende rittenregistratie bijhouden.

Belangrijk is dat het recht op aftrek van BTW alleen geldt voor BTW-ondernemers die belaste prestaties verrichten. Verricht u (deels) vrijgestelde activiteiten, bijvoorbeeld in de zorg of het onderwijs, dan is de aftrek van BTW op een zakelijke auto beperkt of zelfs uitgesloten. In die situaties kan een marge-auto juist financieel aantrekkelijker zijn, omdat u de niet-aftrekbare BTW dan ook niet eerst hoeft voor te schieten. De keuze tussen een marge-auto en een BTW-auto hangt dus nauw samen met uw omzetstructuur en het aandeel vrijgestelde prestaties binnen uw onderneming.

Btw-heffing van 21% op de verkoopprijs bij dealertransacties

Bij de verkoop van een BTW-auto door een dealer of leasemaatschappij geldt in de regel het algemene BTW-tarief van 21% over de volledige verkoopprijs. Dit betekent dat de verkoper over de totale factuurwaarde BTW in rekening brengt en deze vervolgens moet afdragen aan de Belastingdienst. Koopt u als ondernemer een dergelijke BTW-auto, dan kunt u deze 21% als voorbelasting opvoeren en, mits u aan de voorwaarden voldoet, (deels) terugvragen bij uw BTW-aangifte. Hierdoor daalt de effectieve aanschafprijs van de auto aanzienlijk ten opzichte van de consumentenprijs.

Bij dealertransacties wordt de BTW doorgaans duidelijk op de factuur vermeld, met specificatie van de netto verkoopprijs, het BTW-bedrag en het totaalbedrag. Het is raadzaam om altijd te controleren of de auto daadwerkelijk als BTW-auto wordt geleverd en niet onder de margeregeling valt. Is dat laatste wel het geval, dan wordt er geen afzonderlijke BTW vermeld en heeft u geen recht op BTW-aftrek, ook niet als u een volledig BTW-plichtige ondernemer bent. In een krappe automarkt, waar prijzen snel fluctueren, kan deze controle duizenden euro’s verschil maken over de volle levensduur van de auto.

Voorwaarden voor BTW-aftrek bij aanschaf bedrijfswagens

Om recht te hebben op BTW-aftrek bij de aanschaf van een bedrijfswagen, moet aan een aantal cumulatieve voorwaarden worden voldaan. Allereerst moet de auto worden ingezet voor belaste ondernemingsactiviteiten; gebruikt u de auto uitsluitend voor vrijgestelde prestaties, dan is er geen recht op aftrek van voorbelasting. Daarnaast moet de auto door de leverancier als BTW-auto worden gefactureerd, met een correct BTW-percentage en een volledig opgemaakte BTW-factuur op naam van uw onderneming. Zonder deze formele factuur kan de Belastingdienst de aftrek weigeren, ongeacht het feitelijke gebruik.

Verder moet u de auto daadwerkelijk tot uw ondernemingsvermogen rekenen en deze keuze consequent verwerken in uw administratie. Twijfelt u of de auto privé- of ondernemingsvermogen is, dan kunt u in sommige gevallen kiezen, maar die keuze heeft gevolgen voor zowel BTW als inkomsten- of vennootschapsbelasting. Ten slotte moet u rekening houden met latere correcties, bijvoorbeeld bij verkoop van de auto binnen vijf jaar of bij wijziging in het gebruik (van zakelijk naar privé). De Belastingdienst kan in dat geval een herziening van de eerder afgetrokken BTW verlangen, vergelijkbaar met de herzieningstermijn bij andere bedrijfsmiddelen.

Fiscale documentatie: BTW-factuur en BPM-vrijstellingsbewijs

Een correcte en volledig opgemaakte BTW-factuur is de kern van uw recht op BTW-aftrek bij zowel BTW-auto’s als bepaalde bedrijfswagens. De factuur moet onder meer de naam en het BTW-nummer van uw onderneming bevatten, een unieke factuurnummering, de datum, een duidelijke omschrijving van het voertuig (merk, type, kenteken of chassisnummer) en de specificatie van de BTW. Ontbreekt één van deze elementen, dan loopt u het risico dat de Belastingdienst bij een controle de aftrek van BTW corrigeert, met mogelijk boetes en rente tot gevolg. Het loont dus om bij aankoop direct na te gaan of de factuur aan alle eisen voldoet.

Bij bedrijfswagens op grijs kenteken speelt naast de BTW-factuur ook het BPM-vrijstellingsbewijs een belangrijke rol. Voor bepaalde bestelauto’s kan onder voorwaarden BPM-vrijstelling worden verkregen, bijvoorbeeld als u de auto hoofdzakelijk zakelijk gebruikt en de laadruimte aan specifieke eisen voldoet. Dit vrijstellingsbewijs moet u goed bewaren, omdat het bij verkoop of bij wijziging van het gebruik (bijvoorbeeld overdracht aan een particulier) nodig kan zijn voor de juiste BPM-afhandeling. U kunt het zien als het fiscale paspoort van de auto: zonder dit document wordt het lastig om later aan te tonen dat de BPM terecht (of juist niet) is geheven of teruggevorderd.

Margeregeling voor tweedehandse auto’s: werking en fiscale consequenties

Naast de reguliere BTW-regeling kent de Wet OB een speciale gebruiktegoederenregeling, beter bekend als de margeregeling. Deze regeling is bedoeld voor handelaren in gebruikte goederen, waaronder tweedehands auto’s, en voorkomt dubbele BTW-heffing over voertuigen waarbij de BTW in een eerdere schakel al is betaald en niet is afgetrokken. Bij marge-auto’s wordt daarom niet over de volledige verkoopprijs BTW berekend, maar slechts over de winstmarge van de verkoper. Dit zorgt voor een eerlijke belastingdruk en maakt het mogelijk om occasions aantrekkelijk te prijzen voor zowel particulieren als bepaalde ondernemers.

Voor u als koper is het cruciaal om te weten of een auto onder de margeregeling wordt verkocht. In dat geval staat er op de factuur doorgaans geen afzonderlijk BTW-bedrag vermeld en kunt u als BTW-ondernemer geen BTW terugvorderen over de aankoop. Dit is een wezenlijk verschil met de BTW-auto, waar de volledige 21% als voorbelasting aftrekbaar kan zijn. Zeker bij duurdere zakelijke occasions kan het verschil in netto kosten tussen een marge-auto en een BTW-auto aanzienlijk oplopen, waardoor een bewuste keuze noodzakelijk is.

Toepassing van de gebruiktegoederenregeling conform artikel 28b wet OB

De wettelijke basis voor de margeregeling is te vinden in artikel 28b Wet OB en de daarop gebaseerde uitvoeringsbepalingen. De regeling geldt voor wederverkopers die beroepsmatig handelen in gebruikte goederen, zoals autobedrijven en handelaren. Een cruciale voorwaarde is dat de gebruikte auto is ingekocht zonder recht op BTW-aftrek, meestal omdat de vorige eigenaar een particulier of een vrijgestelde ondernemer was. In die situatie mag de handelaar de gebruiktegoederenregeling toepassen en alleen BTW berekenen over zijn winstmarge.

De margeregeling is dus geen keuze-instrument voor de koper, maar een fiscale faciliteit voor de verkoper. Als koper kunt u niet afdwingen dat een auto als BTW-auto wordt geleverd als deze eerder particulier bezit is geweest. Dat verklaart ook waarom een marge-auto nooit meer kan worden omgezet in een BTW-auto: de BTW-keten is feitelijk doorbroken op het moment dat de auto in particuliere handen is gekomen. Dit juridische uitgangspunt voorkomt dat BTW dubbel wordt afgetrokken of dat er ten onrechte recht op aftrek ontstaat bij latere zakelijke kopers.

Btw-berekening over de handelsmarge in plaats van totaalprijs

Bij marge-auto’s wordt de BTW niet over de volledige verkoopprijs berekend, maar uitsluitend over de positieve marge van de handelaar. Die marge is het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs van de auto, eventueel na aftrek van bepaalde kosten. Stel dat een dealer een occasion inkoopt voor € 10.000 en deze verkoopt voor € 12.000, dan bedraagt de marge € 2.000. De verschuldigde BTW wordt dan berekend over die € 2.000 en niet over de volledige € 12.000, wat leidt tot een aanzienlijk lagere BTW-afdracht.

Als koper ziet u deze berekening niet direct terug op de factuur, omdat het BTW-bedrag niet apart wordt vermeld. In plaats daarvan staat er vaak een verwijzing als “bijzondere regeling gebruikte goederen – margeregeling”. Dit betekent dat de verkoper intern wel BTW berekent en afdraagt, maar u geen afzonderlijke BTW kunt terugvragen. Het is te vergelijken met een all-in prijs bij een pakketreis: u betaalt één totaalbedrag, zonder dat alle fiscale componenten afzonderlijk zichtbaar zijn.

Aankoopvoorwaarden: geen BTW-aftrek bij eerdere verkoper

Een auto kan alleen als marge-auto worden verkocht als de vorige schakel in de keten geen recht op BTW-aftrek had. In de praktijk gaat het meestal om auto’s die eerder in bezit waren van particulieren, kleine ondernemers die onder de KOR vallen of instellingen met BTW-vrijgestelde activiteiten. Omdat zij bij de aanschaf geen BTW als voorbelasting hebben afgetrokken, kan er bij de latere verkoop niet opnieuw volledige BTW over de totale prijs worden geheven. De margeregeling voorkomt dan een dubbele belastingdruk op dezelfde economische waarde.

Voor u als ondernemer betekent dit dat u bij aankoop van een marge-auto geen beroep kunt doen op aftrek van voorbelasting, ook niet als u de auto volledig zakelijk gebruikt. De historische BTW-positie van de auto is dan bepalend, niet uw huidige gebruik. Dit kan verwarrend zijn: een auto kan volledig zakelijk worden ingezet, maar toch geen BTW-aftrek opleveren omdat hij ooit in particuliere handen is geweest. Het is dus verstandig om bij grotere investeringen te informeren naar de herkomst van de auto en expliciet te vragen of het om een marge- of BTW-auto gaat.

Prijsverschil tussen marge-auto’s en BTW-auto’s op de markt

Het fiscale regime heeft een directe invloed op de prijsvorming van tweedehands auto’s. Marge-auto’s zijn vaak iets scherper geprijsd voor particuliere kopers, omdat zij geen voordeel hebben van BTW-aftrek en uitsluitend naar de all-in prijs kijken. Voor ondernemers ligt dit anders: hoewel de catalogusprijs van een marge-auto soms lager lijkt, valt de effectieve nettokostprijs na BTW-teruggave vaak gunstiger uit bij een BTW-auto. Dit prijsverschil wordt groter naarmate de aanschafprijs stijgt en het zakelijke gebruik toeneemt.

In de praktijk zien we dat populaire zakelijke occasions, zoals youngtimers in het hogere segment of elektrische leaseauto’s, vaker als BTW-auto in de markt staan. Deze voertuigen zijn doorgaans afkomstig uit zakelijke leasevloten, waarbij de BTW gedurende de looptijd al is verrekend. Zo ontstaat een tweedeling in het aanbod: marge-auto’s domineren het particuliere segment, terwijl BTW-auto’s vooral in het zakelijke domein interessant zijn. Een goede vergelijking maken tussen een marge-auto en een BTW-auto vergt daarom meer dan alleen het bekijken van de vraagprijs; u moet ook de netto kosten na BTW-effect meenemen.

Verplichte vermelding margeregeling op aankoopfactuur

Bij toepassing van de margeregeling schrijft de wet- en regelgeving voor dat de verkoper dit expliciet op de factuur vermeldt. Vaak gebeurt dit met formuleringen als “Marge-auto – BTW niet aftrekbaar” of een verwijzing naar de “bijzondere regeling gebruikte goederen”. Het ontbreken van zo’n vermelding kan bij een fiscale controle leiden tot discussies met de Belastingdienst, zowel voor de verkoper als voor de koper. Voor u als ondernemer is deze tekst daarom een duidelijk signaal dat u géén recht op BTW-aftrek heeft over de aanschafprijs van de auto.

Controleer bij elke aankoopfactuur van een occasion of er sprake is van een standaard BTW-factuur of van een margeregeling. Twijfelt u? Vraag de dealer dan expliciet of de auto als BTW-auto of marge-auto wordt geleverd en laat dit zo nodig schriftelijk bevestigen. Dit voorkomt dat u in uw administratie ten onrechte BTW als voorbelasting opvoert, die later door de Belastingdienst wordt gecorrigeerd. Een eenvoudige controle op de factuurtekst kan zo een kostbare naheffing met boete en rente voorkomen.

Bpm-heffing en vrijstellingen bij marge- versus BTW-voertuigen

Naast BTW speelt ook de BPM (Belasting van Personenauto’s en Motorrijwielen) een belangrijke rol bij de fiscale behandeling van auto’s. Waar BTW vooral een verbruiksbelasting is die per transactie wordt geheven, is BPM een eenmalige registratiebelasting bij de eerste toelating van het voertuig op de Nederlandse weg. Het onderscheid tussen marge-auto en BTW-auto verandert niets aan de oorspronkelijke BPM-heffing, maar heeft wél invloed op de manier waarop rest-BPM, vrijstellingen en teruggaafregelingen worden toegepast. Zeker bij import, export en bedrijfswagens op grijs kenteken is dit een factor die u niet mag onderschatten.

Voor ondernemers is het van belang om te begrijpen dat BPM en BTW elkaar aanvullen, maar fiscaal zelfstandig functioneren. Een auto kan dus een marge-auto zijn én tegelijkertijd onder een specifieke BPM-regeling vallen, bijvoorbeeld een bestelauto met BPM-vrijstelling. Andersom kan een BTW-auto alsnog een substantieel BPM-component in de catalogusprijs hebben, waardoor de bijtelling en afschrijving hoger uitvallen dan verwacht. Een integrale kostenanalyse van een zakelijke auto omvat daarom altijd zowel de BTW- als de BPM-aspecten.

Bpm-berekening volgens CO2-uitstoot en cataloguswaarde

De hoogte van de BPM wordt in Nederland primair bepaald aan de hand van de CO2-uitstoot van de auto en de netto cataloguswaarde. Voor personenauto’s geldt een staffel waarbij voertuigen met een hogere CO2-uitstoot zwaarder worden belast, terwijl volledig elektrische auto’s in veel gevallen (voorlopig) zijn vrijgesteld van BPM. De BPM wordt bij eerste registratie in Nederland geheven en maakt vervolgens onderdeel uit van de catalogusprijs, die weer relevant is voor zaken als bijtelling en de forfaitaire BTW-correctie voor privégebruik. Of de auto later als marge-auto of BTW-auto wordt verhandeld, verandert niets aan het feit dat die oorspronkelijke BPM ooit is voldaan.

Bij import van gebruikte auto’s wordt de BPM vaak herrekend op basis van leeftijd, afschrijving en actuele CO2-normen. Dit kan leiden tot aanzienlijke besparingen, vooral bij jong gebruikte elektrische of hybride auto’s. Voor ondernemers die veel met import werken, is het dus van belang om niet alleen naar de BTW-status (marge of BTW) te kijken, maar ook naar de optimale BPM-berekening. Een ongunstige BPM-inschatting kan het voordeel van een ogenschijnlijk goedkope marge-auto volledig tenietdoen.

Dubbele BPM-betaling bij margeauto’s zonder vrijstellingsbewijs

Bij bedrijfswagens op grijs kenteken wordt vaak gebruikgemaakt van een BPM-vrijstelling, mits aan de wettelijke eisen voor zakelijk gebruik en laadruimte wordt voldaan. Wordt een dergelijke bestelauto later omgebouwd tot personenauto of verkocht aan een particulier, dan kan alsnog BPM verschuldigd zijn. Ontbreekt het originele BPM-vrijstellingsbewijs of is de administratieve status van het voertuig onduidelijk, dan ontstaat het risico van een soort dubbele BPM-betaling: de koper betaalt feitelijk BPM die eerder had kunnen worden vermeden of teruggevraagd. Dit speelt met name bij marge-auto’s waar de fiscale historie minder transparant is.

Voor u als ondernemer betekent dit dat u bij de aankoop van een marge-bedrijfswagen extra alert moet zijn op de BPM-status. Vraag altijd naar de oorspronkelijke vrijstellingsbeschikking en controleer of eventuele rest-BPM al is afgerekend bij eerdere wijzigingen in gebruik of eigendom. Doet u dat niet, dan kan de Belastingdienst u bij een latere controle aanspreken op niet-betaalde BPM, ook al was u niet de oorspronkelijke ontvanger van de vrijstelling. In die zin is BPM te vergelijken met een erfenis: de fiscale rechten en plichten reizen met de auto mee, ongeacht hoeveel keer deze van eigenaar wisselt.

Bpm-vrijstelling voor export en diplomatieke missies

In specifieke situaties kan BPM (gedeeltelijk) worden teruggevraagd, bijvoorbeeld bij export van een auto naar een ander EU-land of bij gebruik door diplomatieke missies en internationale organisaties. Deze regelingen staan los van de vraag of het om een marge-auto of een BTW-auto gaat, maar in de praktijk zien we dat vooral BTW-auto’s worden geëxporteerd. De reden is simpel: bij een BTW-auto kan vaak zowel een deel van de BPM als de BTW worden teruggevraagd of verlegd, terwijl bij marge-auto’s de BTW-component al in het verleden is uitgewerkt. Dit maakt BTW-auto’s aantrekkelijker in de internationale handel.

Overweegt u een zakelijke auto binnen enkele jaren weer te exporteren, bijvoorbeeld omdat u actief bent in grensoverschrijdende handel, dan kan het lonen om bewust voor een BTW-auto te kiezen. U profiteert dan niet alleen van BTW-aftrek bij aanschaf, maar ook van mogelijke teruggaaf of vrijstelling bij uitvoer. Bij marge-auto’s is dit voordeel beperkter, omdat de BTW-keten daar al is afgesloten. In beide gevallen blijft een zorgvuldige documentatie, inclusief aankoopfactuur, kentekenpapieren en eventuele BPM-beschikkingen, essentieel om uw rechten bij de Belastingdienst te kunnen onderbouwen.

Fiscale voor- en nadelen voor zakelijke rijders en ondernemers

De keuze tussen een marge-auto en een BTW-auto heeft voor zakelijke rijders directe gevolgen voor de totale autokosten, de liquiditeit en de fiscale planning. Een BTW-auto biedt het voordeel dat u de betaalde BTW op aanschaf en onderhoud kunt terugvragen, mits de auto zakelijk wordt gebruikt voor belaste prestaties. Dit verlaagt de effectieve aanschafprijs en kan met name bij duurdere auto’s of bij hoge jaarkilometrages aanzienlijk schelen. Daar staat tegenover dat u bij een BTW-auto jaarlijks te maken heeft met een hogere forfaitaire BTW-correctie voor privégebruik (2,7% van de cataloguswaarde in de eerste vijf jaar), terwijl dit bij marge-auto’s doorgaans 1,5% is.

Marge-auto’s zijn daarentegen interessant voor ondernemers die geen of beperkte BTW-aftrek hebben, zoals KOR-deelnemers of ondernemingen met veel vrijgestelde omzet. Zij kunnen de BTW op een BTW-auto immers toch niet (volledig) terugvorderen, waardoor het voordeel van een lagere aanschafprijs via BTW-aftrek wegvalt. Voor deze groep is het vaak aantrekkelijker om een scherp geprijsde marge-auto te kiezen en zo de liquiditeit te ontzien, omdat er geen BTW hoeft te worden voorgeschoten. De eenvoud in administratie – geen BTW op de aanschaffactuur en een lagere correctie voor privégebruik – is daarbij een bijkomend voordeel.

Een praktische manier om de afweging te maken is om een eenvoudige kostenvergelijking op te stellen: wat kost de auto netto na BTW-teruggave, hoe hoog is de jaarlijkse BTW-correctie en wat is de verwachte restwaarde bij verkoop? Voor sommige ondernemers zal uit deze berekening blijken dat een BTW-auto over de volledige gebruiksduur veel voordeliger is, terwijl voor anderen juist de marge-auto de beste balans biedt tussen aanschafprijs, cashflow en fiscale eenvoud. Het is vergelijkbaar met de keuze tussen huren en kopen van een bedrijfsruimte: de beste optie hangt af van uw situatie, plannen en fiscale positie.

Herkenning en verificatie van margestatus via RDW en belastingdienst

In advertenties wordt niet altijd duidelijk vermeld of een auto een marge-auto of een BTW-auto is. Hoe kunt u dan toch de margestatus van een voertuig achterhalen? Een eerste stap is om de verkoper expliciet te vragen naar de BTW-status en om een voorbeeldfactuur te laten zien. Staat er een afzonderlijk BTW-bedrag vermeld, dan gaat het in de regel om een BTW-auto; ontbreekt die specificatie en wordt verwezen naar de margeregeling, dan is het een marge-auto. Toch is dit niet altijd sluitend, zeker niet bij importauto’s of bij voertuigen met een complexe fiscale historie.

De RDW-voertuiggegevens kunnen aanvullende informatie geven, bijvoorbeeld over de datum eerste toelating, het type kenteken (grijs of geel) en eerdere registraties. Hoewel de RDW niet direct de BTW-status toont, kunt u op basis van het voertuigverleden wel inschatten of de auto waarschijnlijk zakelijk of privé is gebruikt. Voor een definitieve beoordeling kan een fiscaal adviseur, op basis van aankoop- en verkoopfacturen uit de keten, nagaan of de auto ooit in particuliere handen is geweest en dus onherroepelijk een marge-auto is geworden. In twijfelgevallen loont het om vóór de koop helderheid te krijgen, in plaats van achteraf met de Belastingdienst in discussie te moeten.

Gevolgen voor bijtelling, restwaarde en doorverkoopwaarde

De keuze tussen een marge-auto en een BTW-auto raakt niet alleen de BTW-aftrek bij aanschaf, maar werkt door in de hele levenscyclus van de auto. Voor de bijtelling maakt de marge- of BTW-status formeel geen verschil: de bijtelling wordt gebaseerd op de cataloguswaarde inclusief BTW en BPM op het moment dat de auto nieuw op de markt kwam, ongeacht hoe hij later wordt doorverkocht. Wel heeft de status invloed op de BTW-correctie voor privégebruik; bij een BTW-auto ligt deze de eerste jaren hoger dan bij een marge-auto of bij een auto die langer dan vijf jaar in de onderneming rijdt. In de praktijk kan dit jaarlijks honderden euro’s verschil maken in de BTW-afdracht.

Ook de restwaarde en doorverkoopwaarde worden indirect beïnvloed door de fiscale status. BTW-auto’s zijn voor andere BTW-ondernemers aantrekkelijker omdat zij de BTW kunnen terugvragen, waardoor deze auto’s in het zakelijke segment vaak een hogere prijs realiseren dan vergelijkbare marge-auto’s. Marge-auto’s zijn daarentegen populair bij particulieren, voor wie het ontbreken van verrekenbare BTW geen nadeel is. Als u nu al weet dat u de auto later weer zakelijk wilt verkopen, kan een BTW-auto dus een hogere verwachte restwaarde hebben. Plant u daarentegen verkoop aan een particulier, dan is een marge-auto vaak eenvoudiger en fiscaal neutraler te verhandelen.

Samenvattend bepaalt de keuze voor een marge-auto of een BTW-auto niet alleen wat u vandaag betaalt, maar ook hoe uw belastingpositie er in de komende jaren uitziet en wat u bij verkoop nog terugziet. Het is daarom verstandig om bij elke zakelijke autoinvestering niet alleen naar de aanschafprijs en het merk te kijken, maar ook een bewuste keuze te maken voor het fiscale regime dat het beste bij uw onderneming past. Een korte rekensom en een paar gerichte vragen aan de verkoper kunnen het verschil maken tussen een auto die fiscaal ‘gewoon goed’ is en een auto die aantoonbaar bijdraagt aan een optimale kostenstructuur binnen uw bedrijf.