Moderne auto in Nederlandse stedelijke omgeving met reflectie van financiële overwegingen
maart 12, 2024

De oude vuistregel dat u een allriskverzekering na 6 jaar moet opzeggen, is in veel gevallen financieel onverstandig.

  • Moderne auto’s, ook na 6 jaar, bevatten dure technologie (sensoren, ADAS) die reparaties kostbaar maken.
  • De dagwaarde die verzekeraars hanteren, is vaak veel lager dan de werkelijke vervangingswaarde op de huidige occasionmarkt.

Aanbeveling: Baseer uw keuze op uw persoonlijke ‘financiële schokbestendigheid’ en de reële vervangingskosten van uw auto, niet blindelings op de leeftijd.

Elk jaar is het weer een bekend moment voor de eigenaar van een wat oudere auto: de premie voor de allriskverzekering valt op de mat. En elk jaar wordt de vraag prangender: is deze hoge premie het nog wel waard voor een auto die de jeugdige jaren voorbij is? Het traditionele advies, vaak gehoord op verjaardagen en in online forums, is stellig: na zes, misschien acht jaar, is allrisk (ook wel WA-casco genoemd) pure geldverspilling. U zou moeten overstappen naar een beperkt casco of alleen een WA-verzekering.

Maar als financieel adviseur kijk ik met een andere bril naar deze afweging. De balans tussen risico en premie is de afgelopen jaren namelijk drastisch veranderd. Auto’s zijn niet meer de simpele mechanische voertuigen van weleer. Een kleine parkeerschade kan door een vernielde sensor in de bumper plotseling oplopen tot duizenden euro’s. De occasionmarkt is oververhit, waardoor de ‘dagwaarde’ uit de tabellen van een verzekeraar in geen verhouding staat tot wat u daadwerkelijk kwijt bent voor een vergelijkbare vervangende auto.

Dit artikel doorbreekt de traditionele vuistregels. We hanteren niet de leeftijd van de auto als heilig ijkpunt, maar introduceren een veel relevanter concept: uw persoonlijke financiële schokbestendigheid. We analyseren de werkelijke kosten van moderne schades, de valkuilen van verzekeringsclausules en de reële waarde van uw voertuig. Het doel is niet om u te vertellen of u moet stoppen, maar om u een helder, financieel onderbouwd raamwerk te geven om zelf de meest rendabele beslissing te nemen.

In dit uitgebreide overzicht duiken we in de cruciale vragen die u moet beantwoorden voordat u uw dekkingsniveau aanpast. We ontleden de meest voorkomende scenario’s, van parkeerschade tot total loss, en geven u de instrumenten om een kosten-batenanalyse te maken die past bij uw auto én uw portemonnee.

De 6-jaar regel: klopt het advies om dan te stoppen met allrisk nog wel?

De meest hardnekkige vuistregel in autoverzekeringsland is dat een allriskdekking na 6 tot 8 jaar niet meer loont. Het idee is simpel: de dagwaarde van de auto is zo ver gedaald dat de hoge premie niet meer opweegt tegen een eventuele uitkering bij total loss. Hoewel deze logica in het verleden opging, is zij nu achterhaald door twee belangrijke ontwikkelingen: de stijgende reparatiekosten van moderne auto’s en de realiteit van de huidige occasionmarkt, een markt waar in 2024 maar liefst 2.047.285 occasions werden verkocht, een stijging van 9,1%.

Een auto van 7 jaar oud zit vandaag de dag vol met sensoren, camera’s en rijhulpsystemen (ADAS). Een bumper is geen simpel stuk kunststof meer; het is een hub van technologie. Een kleine aanrijding kan resulteren in een rekening van duizenden euro’s voor het vervangen en kalibreren van deze systemen. Deze reparatie-inflatie betekent dat zelfs bij een oudere auto een ‘simpele’ schade financieel zeer pijnlijk kan zijn. De allriskdekking verzekert niet alleen de waarde bij diefstal of total loss, maar juist ook deze onverwacht hoge reparatiekosten. De kernvraag is dus niet “Hoe oud is mijn auto?”, maar “Kan en wil ik een onverwachte reparatie van €3.000 zelf betalen?”. Dit is uw financiële schokbestendigheid.

Om een weloverwogen beslissing te nemen, kunt u de volgende stappen doorlopen:

  1. Check de actuele dagwaarde: Gebruik een objectieve tool zoals de ANWB/BOVAG Koerslijst als basis.
  2. Vergelijk met de vervangingswaarde: Zoek op portalen als Marktplaats.nl of AutoScout24 naar vergelijkbare modellen. Wat kost het écht om uw auto vandaag te vervangen?
  3. Evalueer reparatiekosten: Heeft uw auto parkeersensoren, adaptive cruise control of een groot infotainmentscherm? Wees u bewust van de hoge vervangingskosten hiervan.
  4. Beoordeel uw afhankelijkheid: Bent u voor werk of zorg volledig afhankelijk van uw auto? Zo ja, dan weegt de noodzaak van een snelle, gedekte reparatie zwaarder.
  5. Specifiek voor EV’s: Houd rekening met de hoge kosten van accureparaties. Zelfs een kleine schade aan de onderkant kan de accu raken.

De conclusie is dat de 6-jaar regel te kort door de bocht is. Een betere richtlijn is om allrisk te overwegen zolang de dagwaarde hoger is dan €7.000, of wanneer u financieel afhankelijk bent van uw auto en een onverwachte grote uitgave niet kunt opvangen.

Vergoedt allrisk die kras die iemand op de parkeerplaats heeft achtergelaten?

Het is een klassiek en frustrerend scenario: u komt terug bij uw auto en ontdekt een lelijke kras of deuk. De dader is in geen velden of wegen te bekennen. Dit type schade, vaak aangeduid als vandalisme, wordt in principe gedekt door uw allriskverzekering. Het claimen ervan leidt echter wel tot een terugval in uw schadevrije jaren en dus een hogere premie, tenzij u een no-claimbeschermer heeft. Voordat u claimt, is er echter een belangrijke alternatieve route die u moet kennen: het Waarborgfonds Motorverkeer.

Als de schade is veroorzaakt door een ander motorvoertuig en de dader onbekend is, kunt u een beroep doen op dit fonds. Dit heeft een groot voordeel: een succesvolle claim bij het Waarborgfonds heeft geen invloed op uw schadevrije jaren en no-claimkorting. Er zijn echter strikte voorwaarden:

Procedure bij het Waarborgfonds Motorverkeer

Om een beroep te kunnen doen op het Waarborgfonds, moet u aantonen dat u er alles aan heeft gedaan om de dader te achterhalen. Heeft u het voertuig zien wegrijden maar het kenteken gemist, dan moet u binnen 48 uur aangifte doen bij de politie. In andere gevallen, zoals het ontdekken van de schade zonder getuigen, heeft u 14 dagen de tijd om actie te ondernemen, zoals een buurtonderzoek of het plaatsen van een getuigenoproep. Het fonds keert uit bij letselschade zonder eigen risico, maar voor zuiver materiële schade hanteert het Waarborgfonds Motorverkeer een eigen risico van €250.

De bewijslast ligt volledig bij u. Zonder getuigenverklaring of ander bewijs dat de schade door een ander motorvoertuig is veroorzaakt, zal het fonds uw claim waarschijnlijk afwijzen.

damage documentation > environmental context.”/>

Wanneer de schade duidelijk vandalisme is (bijvoorbeeld een met een sleutel gemaakte kras) en niet door een ander voertuig is veroorzaakt, is het Waarborgfonds geen optie. In dat geval bent u aangewezen op uw allriskverzekering. De afweging is dan puur financieel: wegen de reparatiekosten op tegen het verlies van uw no-claimkorting over meerdere jaren? Vaak is het bij kleinere krassen voordeliger om de schade zelf te betalen.

Kortom, ja, allrisk dekt de schade, maar het is zelden de meest voordelige optie. Onderzoek altijd eerst de mogelijkheid van een claim bij het Waarborgfonds om uw opgebouwde korting te beschermen.

Hoe bespaart u 15% op uw allrisk premie door uw eigen risico te verhogen?

Een van de meest directe manieren om de kosten van uw allriskverzekering te verlagen, is door te spelen met de hoogte van uw eigen risico. Het principe is eenvoudig: door ermee in te stemmen een groter deel van een eventuele schade zelf te betalen, neemt de verzekeraar een lager risico en beloont u dat met een lagere premie. Veel mensen kiezen standaard voor een laag of zelfs geen eigen risico, uit angst voor onverwachte kosten. Vanuit een financieel-adviserend perspectief is dit echter niet altijd de meest rendabele keuze.

Een hoger eigen risico fungeert als een drempel voor het claimen van kleine schades. Dit is gedragspsychologisch interessant: als uw eigen risico €500 is, zult u een schade van €600 minder snel claimen, omdat het ‘netto voordeel’ slechts €100 is. Dit beschermt onbewust uw schadevrije jaren. De besparing op de premie kan aanzienlijk zijn, vaak tot wel 15-20%. De cruciale vraag is: hoe lang duurt het voordat de premiebesparing de verhoging van het eigen risico ’terugverdient’? Dit noemen we het break-even punt.

De onderstaande tabel, gebaseerd op een voorbeeldberekening voor een veelvoorkomend model, illustreert dit principe. Het toont de directe relatie tussen het gekozen eigen risico, de jaarpremie en de tijd die nodig is om de verhoging van het risico te compenseren door de lagere premie, ervan uitgaande dat u geen schade claimt.

Vergelijking Eigen Risico vs. Premiebesparing (Voorbeeld Volkswagen Polo)
Eigen Risico Jaarlijkse Premie Besparing Break-even (jaren)
€0 €650
€150 €585 €65 2,3 jaar
€300 €520 €130 2,3 jaar
€500 €455 €195 2,6 jaar

Zoals de tabel laat zien, is het break-even punt vaak verrassend kort. Als u twee tot drie jaar schadevrij rijdt, heeft de besparing op uw premie de ‘extra’ €150 of €300 aan potentieel risico al volledig gecompenseerd. De keuze voor een hoger eigen risico is dus een berekende gok op uw eigen rijgedrag. Heeft u een financiële buffer en kunt u een onverwachte tegenvaller van €300 of €500 opvangen? Dan is het verhogen van uw eigen risico vrijwel altijd een financieel verstandige beslissing.

Beschouw een hoger eigen risico niet als een verlies, maar als een investering in een lagere vaste last, met uw eigen rijvaardigheid als onderpand.

Krijgt u echt een gelijkwaardige auto mee als uw eigen auto total loss is?

Een van de belangrijkste beloftes van een allriskverzekering is de zekerheid bij een total loss-verklaring van uw auto. De verwachting is dat u een bedrag ontvangt waarmee u een vergelijkbare auto kunt terugkopen. In de praktijk ontstaat hier echter vaak het grootste conflict tussen verzekerde en verzekeraar. De oorzaak: het cruciale verschil tussen de dagwaarde en de vervangingswaarde.

De verzekeraar stelt op basis van koerslijsten (zoals de ANWB/BOVAG koerslijst) een dagwaarde vast. Dit is een theoretische waarde gebaseerd op leeftijd, kilometerstand en uitvoering. De vervangingswaarde is echter de prijs die u op dit moment daadwerkelijk moet betalen bij een dealer voor een vergelijkbare auto. Door de huidige krapte op de occasionmarkt ligt de vervangingswaarde vaak significant hoger dan de dagwaarde die de expert vaststelt. Dit ‘gat’ kan oplopen tot duizenden euro’s, die u zelf moet bijleggen.

Praktijkvoorbeeld: het verschil tussen dag- en vervangingswaarde

Een analyse van de ANWB toont dit verschil duidelijk aan. Voor een specifieke BMW 1 Serie stelde de koerslijst een adviesverkoopprijs vast van €6.700. Echter, een BOVAG-bedrijf dat een vrijwel identieke auto te koop had staan, vroeg er €7.950 voor. Dit is een gat van €1.250 dat de eigenaar zelf zou moeten overbruggen na een total loss-uitkering op basis van de standaard dagwaarde.

U staat echter niet machteloos. Het rapport van de schade-expert is een voorstel, geen wet. Als u kunt aantonen dat de voorgestelde dagwaarde niet realistisch is, kunt u in onderhandeling gaan. Een goede voorbereiding is hierbij essentieel.

Uw stappenplan voor onderhandeling met de schade-expert

  1. Verzamel bewijsmateriaal: Zoek op AutoTrack.nl en Marktplaats.nl minimaal vijf advertenties van vergelijkbare auto’s die recent te koop staan of stonden.
  2. Stel duidelijke filtercriteria vast: Zorg dat de auto’s overeenkomen in bouwjaar (maximaal 1 jaar afwijking), kilometerstand (maximaal 20.000 km afwijking) en specifieke uitvoering.
  3. Bereken de reële marktwaarde: Neem het gemiddelde van de vraagprijzen uit uw verzamelde advertenties. Dit is uw onderbouwde vervangingswaarde.
  4. Dien een onderbouwd bezwaar in: Presenteer uw analyse, inclusief prints of screenshots van de advertenties (met datum!), binnen 14 dagen schriftelijk aan de expert.
  5. Blijf bij de feiten: Argumenteer dat de koerslijsten een indicatie zijn, maar dat uw verzamelde data de actuele, reële marktprijs weerspiegelen.

Wees dus proactief en kritisch. Accepteer nooit zomaar het eerste bod van een expert. Met een goed onderbouwd dossier staat u aanzienlijk sterker in de onderhandeling en verkleint u de kans dat u zelf moet bijleggen voor een gelijkwaardige vervanging.

De ‘grove schuld’ clausule die uitkering blokkeert bij snelheidsovertredingen

Een allriskverzekering voelt als een vangnet voor vrijwel elk scenario. Er is echter een belangrijke en vaak verkeerd begrepen uitzondering in de polisvoorwaarden: de ‘grove schuld’ of ‘roekeloosheid’ clausule. Deze clausule geeft de verzekeraar het recht om uitkering te weigeren als u de schade met opzet of door roekeloos gedrag heeft veroorzaakt. Dit concept is breder dan men vaak denkt en kan grote financiële gevolgen hebben.

Wat is ‘grove schuld’ precies? De definitie is niet in beton gegoten en hangt af van de specifieke situatie en de verzekeraar. Voorbeelden die vrijwel altijd onder grove schuld vallen zijn rijden onder invloed van alcohol of drugs, deelnemen aan een straatrace, of het negeren van duidelijke waarschuwingen. Maar ook extreem rijgedrag valt hieronder. Zoals verzekeraar InShared het omschrijft, kan het gaan om situaties waarin:

Dat u zelf ernstige schuld aan de schade heeft. Bijvoorbeeld veel te hard rijden op een spiegelgladde weg of in dichte mist.

– InShared, InShared Allrisk verzekering voorwaarden

Een forse snelheidsovertreding (doorgaans meer dan 50 km/u boven de limiet) kan door een verzekeraar als roekeloosheid worden aangemerkt, zeker als dit in combinatie met slechte weersomstandigheden of een gevaarlijke verkeerssituatie gebeurt. Veroorzaakt u in zo’n geval een eenzijdig ongeval, dan kan de verzekeraar de uitkering voor de schade aan uw eigen auto weigeren. U betaalt dan al die jaren premie voor niets.

dramatic lighting > motion dynamics.”/>

Een belangrijk onderscheid moet worden gemaakt met de WA-dekking (Wettelijke Aansprakelijkheid). Zelfs bij grove schuld zal uw WA-verzekering de schade aan de tegenpartij in de meeste gevallen wel vergoeden. Dit is vanwege de wettelijke bescherming van het slachtoffer. Echter, de verzekeraar heeft dan het recht om alle uitgekeerde kosten op u te verhalen. De financiële gevolgen kunnen dan catastrofaal zijn. Een kleine snelheidsovertreding van 10-15 km/u zal doorgaans niet als grove schuld worden gezien.

De allriskdekking is geen vrijbrief voor onverantwoordelijk rijgedrag. De premie die u betaalt, koopt een dekking voor ongevallen en pech, niet voor de gevolgen van bewuste roekeloosheid.

Is de ‘no-claim beschermer’ een wassen neus of een essentiële aanvulling?

De no-claimbeschermer wordt vaak gepresenteerd als de ultieme aanvulling op uw allriskverzekering. Voor een paar euro extra per maand de zekerheid dat u na een schadeclaim niet direct wordt afgestraft met een hogere premie. Vanuit een financieel perspectief is de werkelijkheid echter genuanceerder. De beschermer is geen magische gum die de schade ongedaan maakt; het is een instrument met verborgen kosten en nadelen.

De werking is als volgt: u mag één keer per jaar een schade claimen die onder de dekking valt, zonder dat uw no-claimkorting op de premie wordt verlaagd. Wat echter wel gebeurt, en dat is de cruciale nuance, is dat u terugvalt op de onderliggende bonus-malusladder. U verliest dus wel degelijk schadevrije jaren. De beschermer maskeert dit alleen voor de premieberekening bij uw huidige verzekeraar. De no-claimbeschermer garandeert volgens verschillende verzekeraars 1x per jaar schade zonder premieverlies, maar schadevrije jaren blijven achter.

Het probleem ontstaat zodra u wilt overstappen naar een andere verzekeraar. Een nieuwe verzekeraar kijkt niet naar uw ‘beschermde’ kortingspercentage, maar naar uw werkelijke, geregistreerde aantal schadevrije jaren in de centrale database (Roy-data). Omdat u door de claim bent teruggevallen, zal de premie bij de nieuwe aanbieder aanzienlijk hoger zijn. De no-claimbeschermer creëert dus een ‘gouden kooi’: het maakt overstappen financieel onaantrekkelijk.

Break-even analyse: wanneer loont de beschermer?

De extra premie voor een no-claimbeschermer bedraagt circa €50 tot €100 per jaar. Deze investering is vooral rendabel voor bestuurders met een zeer hoog aantal opgebouwde schadevrije jaren (meer dan 15). Bij een maximale korting kan een terugval een premiestijging van honderden euro’s betekenen. In dat geval kan de beschermer lonen. Voor bestuurders met minder schadevrije jaren weegt de extra premie vaak niet op tegen het potentiële voordeel, zeker omdat u bij een overstap alsnog de rekening gepresenteerd krijgt.

De no-claimbeschermer is dus geen ‘wassen neus’, maar ook zeker geen ‘no-brainer’. Het is een dure verzekering tegen het verlies van een hoge korting. Heeft u die hoge korting (nog) niet, dan is de kans groot dat u betaalt voor een zekerheid die u in de praktijk weinig oplevert en uw flexibiliteit op de verzekeringsmarkt beperkt.

Zijn cabriolets echt duurder in de verzekering door diefstalgevoeligheid?

Het is een wijdverbreide aanname: een cabriolet is door zijn stoffen dak per definitie diefstalgevoeliger en dus duurder om allrisk te verzekeren. Verzekeraars zouden een hogere premie rekenen om het verhoogde risico op inbraak en diefstal te compenseren. Hoewel er een kern van waarheid in zit, is het beeld in de moderne realiteit veel genuanceerder en wordt de premie door andere factoren zwaarder beïnvloed. Recent onderzoek toont zelfs aan dat autodiefstal in 2025 opnieuw toeneemt, wat voor alle auto’s relevant is.

Moderne soft-tops zijn niet meer de simpele canvas daken van vroeger. Ze bestaan uit meerdere lagen, hebben vaak een stalen frame en zijn veel lastiger open te snijden dan men denkt. Professionele dieven richten zich bovendien zelden op het dak. De grootste risicofactor voor diefstal bij moderne auto’s, inclusief cabriolets, is de keyless entry-technologie. Het ‘relay attack’-systeem, waarbij het signaal van de sleutel op afstand wordt gekopieerd, is de meest gebruikte methode. Het type dak speelt hierbij geen rol.

Hoewel sommige verzekeraars nog steeds een lichte premietoeslag hanteren, is het verschil tussen een identiek gemotoriseerde coupé en cabriolet vaak minimaal. Factoren als de nieuwwaarde, het vermogen van de motor, uw postcode (diefstalstatistieken per regio) en uw schadevrije jaren hebben een veel grotere impact op de premie. Als cabriolet-eigenaar kunt u zelf veel doen om de risico’s en de premie te verlagen:

  • Installeer een goedgekeurd alarm: Een SCM/CCV-gecertificeerd alarmsysteem is vaak een vereiste voor allriskdekking en kan een premiekorting tot 10% opleveren.
  • Beveilig uw sleutel: Bewaar uw keyless entry-sleutel in een metalen blikje of een speciale RFID-werende hoes om relay attacks te voorkomen.
  • Vergelijk specifiek: Gebruik een vergelijkingssite zoals Independer.nl om exact hetzelfde model in coupé- en cabriolet-uitvoering te vergelijken. U zult zien dat het verschil vaak kleiner is dan verwacht.
  • Let op dekking van spullen: Een belangrijk aandachtspunt is de dekking van persoonlijke spullen. Veel polissen sluiten diefstal van spullen uit een ‘niet volledig afgesloten ruimte’ uit, wat bij een open dak tot discussie kan leiden, zelfs als de auto op slot is.

De hogere premie voor een cabriolet is dus meer mythe dan feit. Het is niet het stoffen dak, maar de totale waarde en de technologische kwetsbaarheden die de premie bepalen. Een goede beveiliging is voor elke dure auto, open of dicht, de sleutel tot een acceptabele premie.

De belangrijkste inzichten

  • De 6-jaar regel is verouderd; baseer uw keuze op de hoge reparatiekosten van moderne techniek en uw persoonlijke financiële buffer.
  • De ‘dagwaarde’ van een verzekeraar is vaak een mythe; verzamel zelf bewijs van de werkelijke vervangingswaarde om een realistisch bedrag te krijgen bij total loss.
  • Claim niet zomaar elke kleine schade; bereken eerst de totale kosten van premiestijging over vijf jaar versus de reparatiekosten.

Moet u die kleine parkeerschade zelf betalen of claimen om uw korting te redden?

U heeft een allriskverzekering afgesloten voor gemoedsrust, juist voor die vervelende paaltjes en onoplettende momenten. Wanneer u dan een kleine parkeerschade veroorzaakt, is de eerste impuls om de verzekeraar te bellen. Vanuit een financieel oogpunt is dit echter vaak de duurste beslissing die u kunt nemen. Het claimen van een kleine schade kan op de lange termijn een veelvoud kosten van de oorspronkelijke reparatiekosten.

Elke keer dat u een schade claimt waar u zelf schuld aan heeft, valt u terug op de bonus-malusladder. Dit betekent doorgaans een verlies van 5 schadevrije jaren. Het gevolg is een forse stijging van uw premie voor de komende vijf jaar. De totale kosten van een claim zijn dus niet het schadebedrag, maar uw eigen risico plus de totale premiestijging over vijf jaar. Een rationele beslissing vereist dus een simpele, maar cruciale berekening.

De onderstaande ‘claim-calculator’ geeft een indicatie van de totale kosten van een claim, uitgaande van een gemiddelde premiestijging na een terugval. Het maakt pijnlijk duidelijk wanneer het voordeliger is om de schade uit eigen zak te betalen.

Claim-calculator: de werkelijke kosten van een parkeerschadeclaim
Schadebedrag Eigen risico Premiestijging 5 jaar Totale kosten claim Advies
€300 €150 €450 €600 Zelf betalen
€500 €150 €450 €600 Zelf betalen
€800 €150 €450 €600 Claimen overwegen
€1500 €150 €450 €600 Claimen

Deze tabel toont aan dat voor schades onder de circa €800, het vrijwel altijd voordeliger is om de reparatie zelf te financieren. De €300 schade zelf betalen kost u €300. Dezelfde schade claimen kost u opgeteld €600. U betaalt in feite dubbel. De allriskverzekering moet u daarom niet zien als een onderhoudscontract voor kleine krasjes, maar als een catastrofeverzekering voor gebeurtenissen die u financieel niet zelf kunt dragen, zoals diefstal, brand, of een ongeval met duizenden euro’s schade.

Vraag daarom altijd eerst een offerte voor de reparatie op voordat u de verzekeraar belt. Weeg dit bedrag af tegen de berekende langetermijnkosten van een claim. Alleen zo gebruikt u de allriskverzekering waarvoor hij bedoeld is: als een vangnet voor grote financiële klappen, niet als een dure oplossing voor kleine ongemakken.

Veelgestelde vragen over allriskverzekeringen en uitsluitingen

Wat wordt beschouwd als grove schuld volgens Nederlandse verzekeraars?

Dit omvat doorgaans rijden onder invloed van alcohol of drugs, deelname aan een straatrace, extreem hoge snelheidsovertredingen (meestal meer dan 50 km/u boven de limiet), en het gebruik van een telefoon tijdens het rijden dat direct leidt tot een ongeval.

Keert de WA-verzekering wel uit bij grove schuld?

Ja, de WA-verzekering keert in de meeste gevallen wel uit aan het slachtoffer vanwege de wettelijke slachtofferbescherming. De verzekeraar zal echter vervolgens alle gemaakte kosten op u proberen te verhalen via het regresrecht.

Valt een kleine snelheidsovertreding onder grove schuld?

Nee, een geringe snelheidsovertreding, zoals tot 15 km/u te hard, wordt doorgaans niet beschouwd als grove schuld of roekeloosheid in de zin van de polisvoorwaarden.

Geschreven door Anouk Visser, Mr. Anouk Visser is een ervaren jurist met een specialisatie in verkeersaansprakelijkheid en verzekeringsrecht. Na 12 jaar bij grote verzekeraars te hebben gewerkt, adviseert ze nu onafhankelijk over polisvoorwaarden en schadeprocedures. Ze ontrafelt de kleine lettertjes van contracten en helpt automobilisten hun recht te halen bij de verzekering.