
De Fiat 500 staat bekend om zijn charmante retro-design en compacte afmetingen, maar veel eigenaren maken kennis met een frustrerende eigenschap: een accu die regelmatig leegraakt. Dit probleem treft vooral voertuigen die enkele dagen stilstaan, waarbij de spanning dusdanig daalt dat de motor niet meer start. De oorzaak ligt vaak niet bij de accu zelf, maar bij parasitaire stroomverbruikers die continu energie aftappen uit het elektrische systeem. Deze onzichtbare energievreters kunnen binnen 48 tot 72 uur een gezonde accu volledig leegtrekken, vooral bij koudere temperaturen wanneer de accucapaciteit van nature al verminderd is.
Parasitaire stroomverbruikers in de fiat 500 elektrische installatie
Parasitaire stroomverbruik, ook wel dark current genoemd, vormt de hoofdoorzaak van accuproblemen bij de Fiat 500. Dit fenomeen treedt op wanneer elektrische componenten stroom blijven verbruiken terwijl de motor is uitgeschakeld en het voertuig vergrendeld staat. Een normaal parasitair verbruik ligt tussen 20-50 milliampère, maar bij problematische Fiat 500 exemplaren kan dit oplopen tot 200-400 milliampère of meer.
De elektrische architectuur van de Fiat 500 bevat verschillende systemen die permanent voeding vereisen voor hun basisfuncties. Deze omvatten het geheugen van de boordcomputer, alarminstallatie, afstandsbedieningsreceiver en verschillende steuergeräte (stuurapparaten). Wanneer één van deze componenten defect raakt of vast komt te zitten in een actieve modus, ontstaat er een abnormaal hoog stroomverbruik dat de accu binnen enkele dagen kan leegtrekken.
Standby-verbruik van het infotainmentsysteem uconnect
Het Uconnect infotainmentsysteem in nieuwere Fiat 500 modellen vormt een significante bron van parasitair stroomverbruik. Dit systeem blijft zelfs na het uitschakelen van de motor actief om software-updates te controleren, navigatiegegevens bij te werken en Bluetooth-verbindingen te onderhouden. Een defect Uconnect-systeem kan tot 150 milliampère continu verbruiken, wat neerkomt op ongeveer 3,6 ampère-uur per 24 uur.
Symptomen van een problematisch Uconnect-systeem zijn onder andere een scherm dat niet volledig uitschakelt, willekeurige geluidssignalen vanuit het dashboard, of een systeem dat traag reageert bij het opstarten. In sommige gevallen blijft het systeem “wakker” door corrupte software of een defecte temperature sensor die valse signalen doorgeeft aan de body control module.
Telematica-module Blue&Me Always-On functionaliteit
De Blue&Me telematica-module, geïntroduceerd in 2009 en doorontwikkeld tot 2016, staat berucht om zijn hoge parasitaire stroomverbruik. Deze module, ontwikkeld in samenwerking met Microsoft, biedt connectivity-functies zoals handsfree bellen en muziekstreaming via USB. Het systeem vereist echter constante voeding om zijn Bluetooth-radio actief te houden en periodieke zelfdiagnoses uit te voeren.
Een defecte Blue&Me module kan tot 200 milliampère verbruiken, vooral wanneer de interne software vastloopt in een polling loop. Dit gebeurt vaak na een onvolledige software
loopt na een onjuiste USB-actie, een lege telefoonbatterij tijdens koppelen of na spanningsschommelingen door een bijna lege accu. Monteurs herkennen dit vaak aan een tikkend relaisgeluid, een ritmische stroompuls (alsof er om de 2 seconden iets inschakelt) en aan foutcodes in de Blue&Me-module, terwijl andere systemen géén fouten registreren. In de praktijk wordt het probleem vaak opgelost door de Blue&Me unit softwarematig te updaten of de module volledig los te koppelen. Nadeel daarvan is dat de kilometerstand in het instrumentenpaneel kan gaan knipperen, omdat de body computer dan geen correcte communicatiefeedback meer ontvangt.
Blijft de accu van je Fiat 500 leeg lopen terwijl deze hooguit twee dagen stilstaat, dan is het raadzaam om gericht het parasitair verbruik te meten met een multimeter in serie. Zie je een soort “knipperend” stroomverbruik dat telkens piekt, dan is de kans groot dat een telematica-module of infotainmentcomponent actief blijft. Blue&Me-modules behoren tot de bekende boosdoeners, zeker bij voertuigen met originele fabrieksinstallatie zonder achteraf ingebouwde accessoires. In sommige gevallen wordt de vervangingsmodule bij de officiële dealer aangeboden voor bedragen rond de 400-600 euro, waardoor veel eigenaren kiezen voor ontkoppeling in plaats van vervanging.
Alarminstallatie en immobilizer permanente voeding
De alarminstallatie en startonderbreker (immobilizer) van de Fiat 500 zijn ontworpen om 24/7 actief te zijn, zelfs wanneer de auto al dagen stilstaat. Elementen als het LED-lampje op het dashboard, de sensor voor de afstandsbediening en de interne sirene-accu vragen continu een kleine hoeveelheid stroom. Normaal gesproken blijft dit verbruik beperkt tot enkele tientallen milliampère en vormt het geen probleem voor een gezonde accu. Pas wanneer een sensor vastloopt, een interne backup-batterij defect raakt of het systeem verkeerd is aangesloten na een reparatie, kan de alarminstallatie voor een abnormale acculeegloop zorgen.
Een typisch symptoom is een LED van de startonderbreker die sneller of onregelmatig knippert dan normaal, of juist helemaal blijft branden. Ook kan het alarm uit zichzelf afgaan, zonder duidelijke reden, wat duidt op een storing in een deurschakelaar, schoksensor of interieurbewegingsmelder. Omdat de immobilizer onderdeel is van de standaard elektronische beveiliging van de Fiat 500 en gekoppeld is aan de ECU, worden aftermarket alarmsystemen soms “er tussenin” geplaatst. Onjuiste bedrading of slecht gemaakte lasverbindingen kunnen dan zorgen voor sluipverbruik of zelfs spanningsvallen tijdens het starten.
Bij structurele accuproblemen is het daarom verstandig om te controleren of er een extra alarm of tracking-systeem is ingebouwd na levering van de auto. Veel universele alarmsystemen zijn niet optimaal geïntegreerd met de CAN-bus van de Fiat 500 en blijven in een actieve stand hangen. Een goede specialist kan met een stroomtang en een schema uitmeten of de permanente voeding van het alarm zich binnen de normale marges bevindt. Blijkt het alarm de boosdoener, dan is meestal een herbedrading, software-update of in uiterste gevallen volledige verwijdering de beste oplossing.
Led-verlichting en dashboardklok stroomopname
Op het eerste gezicht lijkt de LED-verlichting in en om de Fiat 500 zeer zuinig, maar ook hier kan parasitair stroomverbruik optreden. Originele LED-units – zoals dagrijverlichting of interieurverlichting – zijn aangestuurd door de body control module en worden normaal gesproken volledig uitgeschakeld zodra het contact uit is. Problemen ontstaan vooral wanneer er achteraf LED-lampjes zijn gemonteerd ter vervanging van gloeilampen, bijvoorbeeld in interieur, kentekenplaatverlichting of kofferbakverlichting. Deze aftermarket LED’s ontberen soms de juiste weerstand en kunnen een klein maar continu lekstroompje veroorzaken.
Daarnaast is er de klok en verlichte elementen in het dashboard, zoals de kilometerteller en radioverlichting. De klok heeft permanente voeding nodig om de tijd te bewaren en verbruikt slechts een fractie van een ampère. Een defecte printplaat, slecht soldeercontact of lekkende condensator in het instrumentenpaneel kan er echter voor zorgen dat delen van de elektronica niet meer in slaapstand gaan. Dit vertaalt zich in een paar honderd milliampère extra verbruik, genoeg om de accu van een Fiat 500 in een week stilstand aanzienlijk te ontladen.
Zien we bijvoorbeeld dat de kofferbakverlichting of handschoenenkastverlichting niet volledig uitgaat door een vastzittende schakelaar, dan is dat opnieuw een bron van langzaam leeglopende accu. Een praktische tip: controleer in het donker of er ergens in de auto nog een zwak lampje blijft branden wanneer alles zogenaamd uit staat. Kun je niets visueel vinden, dan helpt een stroommeting met een ampèremeter tussen de minpool en de accukabel om te bepalen of er componenten blijven “doortikken” in ruststand.
Accu-specifieke problemen bij fiat 500 modeljaren
Niet elke lege accu in een Fiat 500 is uitsluitend te wijten aan parasitair verbruik. De gebruikte accutypen, de kwaliteit van de originele uitrusting en het rijprofiel spelen een net zo grote rol. Verschillende modeljaren zijn af-fabriek voorzien van specifieke accu’s, vaak van het merk FIAMM of een gelijkwaardig OEM-merk. Naarmate deze accu’s ouder worden – meestal na 4 tot 7 jaar – neemt de capaciteit af en wordt de auto gevoeliger voor alle kleine stroomverbruikers die we eerder besproken hebben.
Bovendien kiezen veel eigenaren bij vervanging voor een andere accu dan de originele specificatie, bijvoorbeeld een zwaardere accu of juist een goedkoper alternatief. Hoewel dat op papier past, kan de combinatie met het laadsysteem of start-stop functie van de Fiat 500 minder ideaal zijn dan gedacht. Hierdoor lijkt het soms alsof “de Fiat 500 accu altijd leegloopt”, terwijl er in werkelijkheid sprake is van een mismatch tussen accutechnologie, laadstrategie en gebruikspatroon, zoals veel korte stadsritjes.
Originele FIAMM FTX14-BS accu prestatievermindering
Veel Fiat 500’s, met name de eerdere bouwjaren en sportievere uitvoeringen zoals de Abarth, zijn af-fabriek uitgerust met een FIAMM FTX14-BS of vergelijkbare startaccu. Dit type is compact en levert een relatief hoge koudstartstroom, maar heeft een beperkte reservecapaciteit. Na enkele jaren intensief gebruik, veel korte ritten en exposie aan temperatuurschommelingen neemt het effectieve vermogen af. De accu kan de motor nog wel starten, maar heeft minder buffer om langdurige parasitaire stroomverbruikers te weerstaan.
Een verouderde FIAMM FTX14-BS vertoont vaak symptomen als trage start bij koude motor, dimmende verlichting bij stationair draaien en een snel dalende accuspanning zodra de auto 24-48 uur stilstaat. In die fase reageert de accu ook slechter op opladen: een acculader kan wel tijdelijk spanning opbouwen, maar de interne chemie kan de energie niet meer goed vasthouden. Daarom lijkt het soms alsof er een “ghost drain” in de elektrische installatie zit, terwijl de accu simpelweg het einde van zijn technische levensduur heeft bereikt.
Twijfel je aan de conditie van de originele FIAMM-accu in je Fiat 500, dan is een gecombineerde test aan te raden: controle van de rustspanning, een belastingtest en een meting van het parasitair verbruik. Scoort de accu beneden de 70-75% van de oorspronkelijke capaciteit of zakt de spanning onder de 12,0 volt na één nacht stilstaan, dan is vervanging meestal goedkoper en betrouwbaarder dan blijven zoeken naar marginale stroomlekken.
Bosch S4 026 vervangingsaccu compatibiliteitsproblemen
De Bosch S4 026 is een populaire vervangingsaccu voor de Fiat 500 dankzij zijn betrouwbaarheid en goede koudstartprestaties. Toch ontstaan er soms compatibiliteitsproblemen, vooral wanneer de capaciteit of afmetingen nét afwijken van de originele specificatie. Een te kleine accu (in Ah) raakt sneller leeg bij stilstand, terwijl een veel grotere accu niet altijd optimaal wordt opgeladen door de standaarddynamo en spanningsregelaar van de 500. Het resultaat? Ondanks een “goede merkaccu” ervaart de bestuurder nog steeds een lege accu bij stilstand.
Een ander aandachtspunt is de interne weerstand en het laadprofiel van de Bosch S4 026. Deze is ontworpen als conventionele loodzuuraccu zonder specifieke start-stop eigenschappen. Wordt zo’n accu gemonteerd in een Fiat 500 met start-stop systeem, dan kan het accubeheersysteem de laad- en ontlaadcycli niet correct managen. De accu wordt dan frequent diep ontladen tijdens file- of stadsverkeer, wat de levensduur drastisch verkort en de kans op onverwachte startproblemen verhoogt.
Laat je een Bosch S4 026 of vergelijkbare accu monteren, controleer dan of de capaciteit, poolindeling en technologie overeenkomen met de fabrieksvoorschriften van Fiat. In moderne modellen moet de nieuwe accu bovendien soms worden “aangemeld” in de boordcomputer, zodat het laadsysteem zich aanpast aan de nieuwe specificaties. Wordt dat vergeten, dan kun je te maken krijgen met structurele onderlading of juist overlading, beide funest voor de uiteindelijke accuduur.
Varta blue dynamic E11 levensduur in stedelijke rijomstandigheden
De Varta Blue Dynamic E11 is een veelgebruikt alternatief voor eigenaren die hun Fiat 500 een kwaliteitsupgrade willen geven op accugebied. Met een hogere capaciteit en robuuste constructie presteert deze accu in theorie uitstekend, maar in een typisch stedelijk rijprofiel – korte ritten, veel stop-and-go verkeer, veel gebruik van verlichting en airco – loopt de levensduur soms tegen de verwachting in terug. De dynamo krijgt simpelweg te weinig tijd om de accu weer volledig op te laden.
Rijd je vooral stadsverkeer, dan wordt je accu bij elke start zwaar belast, terwijl de rit daarna vaak te kort is om de verbruikte energie weer volledig aan te vullen. Na verloop van tijd ontstaat een soort “diepe vermoeidheid” in de accu: de Varta Blue Dynamic E11 houdt nog wel spanning, maar zakt snel terug zodra de auto een paar dagen stilstaat. Dit effect wordt versterkt in de winter, wanneer de chemie van de accu trager reageert en de interne weerstand toeneemt.
Om de levensduur van een Varta E11 in een Fiat 500 te maximaliseren, is het aan te raden om minstens één keer per week een langere rit van 30-40 minuten te maken, bij voorkeur op hogere snelheid. Daarnaast kun je overwegen om de accu periodiek – bijvoorbeeld eens per kwartaal – aan een intelligente druppellader te hangen. Zo voorkom je chronische onderlading, een van de belangrijkste redenen waarom een ogenschijnlijk goede accu in de praktijk toch snel leegloopt.
Agm-technologie versus conventionele loodzuuraccu’s
Steeds meer Fiat 500-modellen, met name die met start-stop systeem, zijn uitgerust met AGM-accu’s (Absorbent Glass Mat). Deze technologie is ontworpen om frequente laad- en ontlaadcycli beter te weerstaan dan een traditionele loodzuuraccu. Een AGM-accu kan dieper ontladen worden zonder direct blijvende schade op te lopen, wat ideaal is voor auto’s die in druk stadsverkeer regelmatig op de motorstopfunctie vertrouwen. Tegelijkertijd zijn AGM-accu’s gevoeliger voor verkeerde laadschema’s en chronische onderlading.
Monteer je in een Fiat 500 met start-stop toch een conventionele loodzuuraccu in plaats van een voorgeschreven AGM-variant, dan ontstaan er subtiele problemen in het accubeheer. Het laadsysteem blijft zich namelijk gedragen alsof er een AGM aanwezig is, met hogere laadspanningen en andere laadcurven. De conventionele accu wordt hierdoor zwaarder belast, warmt sneller op en veroudert versnelld. Het gevolg is dat de accu sneller leegloopt bij stilstand en eerder vervangen moet worden dan de eigenaar verwacht.
Overweeg je te upgraden naar AGM-technologie in een Fiat 500 zonder fabrieksmatig start-stop systeem, dan is dat op zich mogelijk, maar alleen zinvol als de laadstrategie en dynamo hiertegen bestand zijn. In alle gevallen geldt: kies het accutype dat overeenkomt met de fabrieksvoorschriften en laat bij moderne modellen de accu-instellingen in de ECU of body computer aanpassen. Alleen dan haal je de maximale levensduur uit de accu en voorkom je onverklaarbare leegloopproblemen.
Laadsysteem defecten en wisselstroomdynamo storingen
Zelfs de beste accu gaat uiteindelijk leeg als hij niet goed wordt opgeladen. Bij de Fiat 500 speelt het laadsysteem – bestaande uit dynamo, spanningsregelaar, bekabeling en massa-aansluitingen – een cruciale rol in de accugezondheid. Een dynamo die te weinig spanning levert, laadt de accu nooit volledig bij, waardoor je ongemerkt steeds meer op de laatste restcapaciteit rijdt. Een te hoge laadspanning kan daarentegen voor kookverschijnselen zorgen en de interne platen van de accu beschadigen.
De meeste moderne Fiat 500’s gebruiken een wisselstroomdynamo (alternator) met interne of ECU-gestuurde spanningsregeling. In ideale omstandigheden ligt de laadspanning tussen de 13,8 en 14,8 volt bij draaiende motor. Meet je structureel lagere waardes, of schommelt de spanning sterk bij in- en uitschakelen van verbruikers zoals verlichting en airco, dan is het verstandig om het laadsysteem grondig te laten controleren. Onvoldoende of onstabiele laadspanning kan er namelijk voor zorgen dat de accu al na enkele uren stilstand onvoldoende spanning heeft om te starten.
Bosch alternator spanning regulatie bij 1.2 fire motor
De populaire 1.2 Fire benzinemotor in de Fiat 500 is vaak uitgerust met een Bosch alternator. Deze dynamo staat bekend als betrouwbaar, maar na jaren gebruik kunnen de koolborstels slijten, lagers verslijten of de spanningsregelaar defect raken. Wanneer de spanningsregelaar niet langer stabiel werkt, wordt het moeilijk om een constante laadspanning rond de 14 volt te garanderen. Je ziet dan dat de boordspanning soms te laag blijft, zeker bij stationair draaien met veel verbruikers ingeschakeld, zoals verlichting, achterruitverwarming en ventilator.
Een veelvoorkomende klacht is dat de Fiat 500 overdag nog prima rijdt, maar ’s nachts met verlichting en ruitenwissers aan plotseling uitvalt bij een stoplicht. Dit duidt erop dat de alternator niet genoeg vermogen levert om zowel de verbruikers van stroom te voorzien als de accu bij te laden. In zo’n scenario “teert” de auto op de accu, die langzaam leegloopt totdat er niet genoeg vermogen overblijft om opnieuw te starten. Het is dan verleidelijk om alleen de accu te verdenken, maar de kern van het probleem zit in de dynamo en spanningsregeling.
Een eenvoudige test is het meten van de accuspanning met een multimeter bij draaiende motor, met en zonder grote verbruikers ingeschakeld. Zakt de laadspanning onder de 13,5 volt zodra je verlichting en blower inschakelt, dan is de Bosch alternator of zijn spanningsregelaar waarschijnlijk aan revisie of vervanging toe. Los je dat niet op, dan blijft de accu van je Fiat 500 zich verdacht vaak leeg melden, zelfs als je er net een nieuwe accu in hebt gezet.
Multiair technologie impact op laadcyclus efficiency
De MultiAir-motoren in sommige Fiat 500-modellen (zoals de 0.9 TwinAir) maken gebruik van een elektro-hydraulisch kleppenbedieningssysteem dat door de ECU nauwkeurig wordt aangestuurd. Dit geavanceerde systeem vraagt een stabiele boordspanning en beïnvloedt indirect de laadstrategie van de dynamo. Bij lage toerentallen en brandstofbesparende softwarekalibraties kan het voorkomen dat de dynamo minder actief laadt om het verbruik te drukken. Dat is gunstig voor de CO₂-uitstoot, maar minder gunstig als je vooral korte ritten rijdt en veel elektrische verbruikers gebruikt.
In de praktijk betekent dit dat de laadcycli van een MultiAir-uitgeruste Fiat 500 sterk afhankelijk zijn van rijstijl en gebruiksomstandigheden. Rijd je veel korte stadsritten, dan krijgt de accu vaak niet de kans om volledig op te laden, omdat de dynamo pas bij hogere toerentallen en langere stukken effectief gaat bijladen. Dit is te vergelijken met een smartphone die je steeds maar 10-20% oplaadt: op papier lijkt het te werken, maar na verloop van tijd raakt de batterij uitgeput en onbetrouwbaar.
Om de impact van de MultiAir-technologie op de accu te beperken, kan het helpen om regelmatig langere snelwegritten te maken waarbij de motor op stabiel toerental draait en de dynamo maximaal kan werken. Daarnaast is het bij MultiAir-modellen extra belangrijk om een accu te gebruiken die voldoet aan de fabriekspecificaties, omdat de spanningshuishouding in het hele motormanagementsysteem hierop is afgestemd. Een zwakke of verkeerd gespecificeerde accu kan in deze motoren sneller tot storingscodes, noodloop en startproblemen leiden.
Serpentineriem slip en dynamo ontkoppeling
De aandrijving van de dynamo in de Fiat 500 gebeurt via een serpentineriem (multiriem) die ook andere componenten zoals de aircopomp en stuurbekrachtiging kan aandrijven. Wanneer deze riem versleten, verhard of verontreinigd raakt met olie of koelvloeistof, ontstaat slip. Bij slip draait de dynamo niet op het toerental dat je zou verwachten, waardoor de laadcapaciteit daalt, vooral bij belasting. Het gevolg is dat de accu tijdens zware verbruiksmomenten niet voldoende wordt bijgeladen en langzaam leegloopt.
In sommige uitvoeringen is er bovendien een zogenaamde vrijlooppoelie of ontkoppelpoelie op de dynamo gemonteerd. Deze is bedoeld om trillingen te dempen en het rijcomfort te verhogen, maar kan na verloop van tijd intern defect raken. Een vastlopende of doorslippende vrijlooppoelie zorgt ervoor dat de dynamo intermitterend wordt aangedreven: soms laadt hij wel, soms niet. Voor de bestuurder voelt dit als onvoorspelbaar accugedrag, terwijl de werkelijke oorzaak mechanisch is.
Je kunt een slippende serpentineriem vaak herkennen aan piepende geluiden bij het starten of bij nat weer, en aan een licht knipperende of zwakker wordende verlichting bij gasgeven. Het preventief vervangen van de riem, spanrollen en eventueel de vrijlooppoelie is relatief goedkoop vergeleken met voortdurende accuproblemen. Negeer je dit onderhoud, dan kun je vroeg of laat niet alleen met een lege accu, maar ook met een volledig uitgevallen laadsysteem langs de kant van de weg belanden.
Start-stop systeem interferentie met accubeheer
Het Start-Stop systeem in veel moderne Fiat 500’s is ontwikkeld om brandstof te besparen door de motor automatisch uit te schakelen bij stilstand en weer te starten zodra je wegrijdt. Dit klinkt efficiënt, maar legt een enorme extra belasting op de startaccu en het laadsysteem. In plaats van enkele keren per dag te starten, moet de accu nu soms tientallen keren per rit een startpuls leveren. Als de accu niet specifiek is ontworpen voor dit soort cyclisch gebruik (EFB of AGM), raakt hij versneld verouderd en neemt de gevoeligheid voor parasitair verbruik toe.
Heb je het idee dat je accu steeds leeg is, dan is het zinvol om na te gaan hoe vaak het Start-Stop systeem actief is. Merk je dat de motor al na een paar minuten stadsverkeer niet meer automatisch uitgaat, dan is dat vaak een signaal dat het systeem de accu-spanning te laag vindt en zichzelf uitschakelt om te voorkomen dat je niet meer kunt starten. Dit is een ingebouwde veiligheidsfunctie, maar ook een aanwijzing dat de accu of het laadbeheer niet optimaal functioneert.
Veel bestuurders kiezen er daarom bewust voor om het Start-Stop systeem tijdelijk uit te schakelen, vooral bij korte ritten en in de winter. Zo geef je de accu meer tijd om via de dynamo weer op te laden. Combineer je dit met een geschikte EFB- of AGM-accu en regelmatig onderhoudsladen met een intelligente acculader, dan reduceer je de kans op een lege accu in je Fiat 500 aanzienlijk. Belangrijk is wel dat bij vervanging altijd een accu wordt gekozen die compatibel is met Start-Stop en dat deze correct wordt ingeleerd in de boordcomputer.
Omgevingsfactoren en gebruikspatronen die acculeegloop versnellen
Zelfs wanneer alle elektronische systemen van je Fiat 500 perfect functioneren, kunnen omgevingsfactoren en je dagelijkse gebruikspatroon de accu sneller doen leeglopen dan je zou verwachten. Accu’s houden niet van extremen: zowel hoge temperaturen in de zomer als strenge vorst in de winter verkorten de levensduur en verminderen tijdelijk de beschikbare capaciteit. Parkeer je de auto langdurig buiten in de volle zon of juist wekenlang in de kou zonder te rijden, dan neemt de zelfontlading toe en krijgen parasitaire verbruikers vrij spel.
Daarnaast is het rijprofiel cruciaal. Wie de Fiat 500 voornamelijk inzet voor korte ritjes van enkele kilometers – bijvoorbeeld naar de supermarkt of werk in de stad – belast de accu telkens met een zware start, zonder dat de dynamo de kans krijgt deze belasting volledig te compenseren. Voeg daar extra verbruikers aan toe zoals stoelverwarming, airco, audio en telefoonladers, en je begrijpt waarom de accu na een paar dagen stilstand geen startvermogen meer heeft. Het is alsof je een emmer met een klein gaatje hebt: vul je hem nooit helemaal, dan is hij sneller leeg dan je denkt.
Wil je de accu van je Fiat 500 zo lang mogelijk in topconditie houden, dan helpt het om bewust langere ritten te plannen. Rijd bijvoorbeeld één keer per week een stuk snelweg, minstens 20-30 minuten, zodat de dynamo de accu echt volledig kan vullen. Overweeg je de auto meerdere weken niet te gebruiken, sluit dan een druppellader aan of ontkoppel de minpool van de accu om onnodig parasitair verbruik te minimaliseren. Combineer je deze simpele gewoontes met tijdig accuvervanging en controle van het laadsysteem, dan wordt de kans op een onverwachte lege accu aanzienlijk kleiner.