
Een hardnekkig bandenspanningslampje op het dashboard van een Mercedes A‑Klasse is voor veel bestuurders minstens zo irritant als een echte lekke band. De melding blijft terugkomen, terwijl de banden net keurig zijn opgepompt bij het tankstation of de garage. Toch is een correcte bandenspanning essentieel voor veiligheid, remweg, rijcomfort én brandstofverbruik. Een afwijking van slechts 0,3 à 0,5 bar kan de slijtage al met 10–20% versnellen en het verbruik merkbaar verhogen. Daarnaast eist Europese wetgeving dat het TPMS‑systeem goed functioneert. Wie begrijpt hoe het systeem werkt, hoe de spanning moet worden aangepast en vooral hoe de bandenspanning op een Mercedes A‑Klasse moet worden gereset, voorkomt onnodige waarschuwingen en dure werkplaatsbezoeken.
Fabriekswaarden bandenspanning mercedes A‑Klasse per model (W176, W177, AMG A35, a180d, a250e)
Bandenspanningstabellen op het b‑stijl‑sticker en in het instructieboekje interpreteren
Elke Mercedes A‑Klasse, of het nu een W176 of W177 is, heeft een overzicht van de aanbevolen bandenspanning op een sticker in de B‑stijl (deurstijl) of aan de binnenzijde van de tankklep. Deze tabellen lijken op het eerste gezicht complex, maar zijn logisch opgebouwd. Je ziet meestal twee rijen: één voor normale belading en één voor maximale of hoge belading. Daarnaast staan verschillende velg‑ en bandenformaten met daarachter de voorgeschreven waarden in bar of kPa. Veel bestuurders verwarren kPa en bar: 250 kPa komt overeen met 2,5 bar. Een waarde van 1,7 bar op een Mercedes A‑Klasse is in de praktijk te laag en leidt snel tot een TPMS‑melding.
Het instructieboekje bevat dezelfde tabellen, vaak aangevuld met toelichting over snelheden boven 160 km/u en het gebruik van winterbanden. Bij moderne modellen is dezelfde informatie ook digitaal beschikbaar via de Mercedes‑Benz Guides app, waar je met het zoekwoord bandenspanningscontrole direct naar de juiste pagina’s springt. Het loont om deze fabriekswaarden te gebruiken als uitgangspunt voordat de bandenspanning wordt gereset in het TPMS‑menu.
Verschil in aanbevolen bar-waarden voor 16, 17, 18 en 19 inch velgen (runflat vs. conventionele banden)
Een Mercedes A‑Klasse wordt geleverd met uiteenlopende velgmaten: van 16 inch stalen velgen tot 19 inch AMG‑lichtmetaal. Hoe groter de velg, hoe lager de bandwang en hoe gevoeliger de band is voor incorrecte druk. Bij 16‑inch banden ligt de aanbevolen bandenspanning vaak rond 2,2–2,4 bar voor normaal gebruik, terwijl een AMG Line met 18 of 19 inch velgen eerder waarden rond 2,4–2,7 bar vraagt. Runflat‑banden (zelfdragende banden) hebben doorgaans nog iets hogere aanbevolen druk om de stugge zijwand goed te laten werken.
Een correcte afstemming tussen velgmaat en druk merk je direct in comfort en stuurprecisie. Te lage druk op grote velgen zorgt voor “sponsig” sturen, verhoogd risico op velgbeschadiging en hogere rolweerstand. Te hoge druk maakt de auto onnodig hard en verkort het contactvlak, wat bij nat wegdek de grip kan verminderen. Om die reden is het raadzaam om de long‑tail informatie in het instructieboekje per bandenmaat te volgen in plaats van een algemene vuistregel.
Afwijkende bandenspanning bij volle belading, trekhaakgebruik en hoge snelheid (>160 km/u)
De bandenspanningssticker vermeldt meestal aparte waarden voor maximale belading en hoge snelheden. Rijd je regelmatig met vier personen en volle kofferbak, of gebruik je een trekhaak met caravan of aanhanger, dan hoort de bandenspanning aan de achteras vaak 0,2–0,4 bar hoger te zijn dan in onbelaste toestand. Dit voorkomt oververhitting van de banden en stabiliseert de auto bij uitwijkmanoeuvres.
Boven 160 km/u (bijvoorbeeld op Duitse Autobahnen) adviseren fabrikanten extra druk, soms +0,3 bar voor en achter. Die hogere spanning voorkomt dat de band bij langdurige hoge snelheid te warm wordt. Een praktische aanpak is om de hogere waarden in te stellen vlak voor een snelwegrit en de TPMS‑referentie daarna opnieuw vast te leggen. Zo blijft de waarschuwing uit, terwijl de veiligheid bij hoge snelheden gewaarborgd blijft.
Oem‑bandenmerken (continental, pirelli, michelin) en invloed op aanbevolen spanning
Op veel A‑Klasse modellen worden vanuit de fabriek banden van Continental, Michelin of Pirelli gemonteerd. Hoewel de basisdruk door Mercedes wordt bepaald en niet door het bandenmerk, heeft elk merk zijn eigen karkasopbouw en rubbersamenstelling. Een sportieve Michelin Pilot Sport kan bij dezelfde druk anders aanvoelen dan een comfortabele Continental EcoContact. Verschillen tot 0,1–0,2 bar in “gevoel” zijn normaal.
Een praktische tip: gebruik altijd de Mercedes‑waarden als startpunt en finetune hooguit 0,1–0,2 bar op basis van rijcomfort en slijtagepatroon. Bij structurele onderdruk (0,4 bar of meer lager dan voorgeschreven) neemt het risico op bandenschade, hogere temperatuur en grotere rolweerstand sterk toe. Dat is precies het scenario waarin het TPMS van de Mercedes A‑Klasse ingrijpt en een waarschuwing toont.
Tpms‑systeem mercedes A‑Klasse: werking van directe en indirecte bandenspanningscontrole
Direct TPMS met druksensoren in ventielen (RDC): CAN‑bus, sensor‑ID’s en signaalverwerking
Veel Mercedes A‑Klasse uitvoeringen, zeker de recentere W177, gebruiken een direct TPMS. In elk ventiel zit dan een elektronische druksensor met batterij en zender. Deze stuurt druk, temperatuur en vaak ook de rotatiesnelheid via radiofrequenties naar een ontvanger, die de gegevens via de CAN‑bus naar het kombi‑instrument en het MBUX‑systeem stuurt. Elke sensor heeft een uniek sensor‑ID, zodat het systeem weet welke band bij welk wiel hoort.
Bij het resetten van de bandenspanning definieer je in feite nieuwe referentiewaarden. Het TPMS vergelijkt daarna continu de actuele druk met die referentie. Daalt een band 20–25% onder de ingestelde waarde, dan verschijnt de melding “Bandenspanning controleren”. Een daling van 0,4–0,5 bar of meer wordt doorgaans als ernstig beschouwd en kan aanleiding zijn voor een gele of rode waarschuwing, afhankelijk van model en softwarestand.
Indirect TPMS via ABS‑wielsensoren en rotatiesnelheid (ESP/ESC‑gebaseerde detectie)
Bij oudere A‑Klasse modellen of bepaalde uitvoeringen wordt gebruikgemaakt van een indirect TPMS. Dit systeem meet geen druk, maar analyseert de rotatiesnelheid van elk wiel via de ABS‑sensoren. Een band met lagere druk heeft een kleinere effectieve radius en draait daardoor sneller dan de andere wielen. Het ESC/ESP‑regelsysteem detecteert die afwijking en genereert op basis daarvan een waarschuwing.
Indirecte systemen zijn lichter en goedkoper, maar minder nauwkeurig. Ze vereisen altijd een reset na het wijzigen van de bandenspanning of het wisselen van banden. Zie het als een soort “nulmeting” van de omtrek; zonder reset denkt het systeem dat een andere rolomtrek per definitie een lek is. Bij dergelijke systemen is het helemaal cruciaal om na het corrigeren van de bandenspanning het juiste menu op te zoeken en de referentiewaarden opnieuw vast te leggen.
Verschillen in TPMS‑architectuur tussen A‑Klasse W176 (2012–2018) en W177 (vanaf 2018)
De A‑Klasse W176 (2012–2018) gebruikt doorgaans een eenvoudigere boordcomputer, bediend met stuurwielknoppen en een monochroom of beperkt kleurendisplay. De reset van de bandenspanning gebeurt hier via het klassieke menu “Service” of “Bandenspanning” in het combi‑instrument. De W177 (vanaf 2018) is uitgerust met MBUX en een veel uitgebreider grafisch menu met horizontale tabstructuur. De handeling is grotendeels hetzelfde, maar de bediening voelt moderner aan en wordt vaak gecombineerd met spraakbediening.
Bij de overgang van W176 naar W177 is de TPMS‑software ook verfijnd. Het systeem kan nu sneller onderscheid maken tussen lichte temperatuurwisselingen en echte drukverliezen. Dat vermindert het aantal valse waarschuwingen. Tegelijkertijd is het menu complexer geworden, waardoor bestuurders soms even moeten zoeken naar de juiste bandenspanningscontrole-optie in het digitale instrumentenpaneel.
Meldingen op het combi‑instrument: “bandenspanning controleren” vs. “bandenspanningsmonitor defect”
De A‑Klasse toont verschillende soorten meldingen rondom de bandenspanning. “Bandenspanning controleren” duidt meestal op een werkende TPMS‑functie die een drukafwijking heeft gedetecteerd. In dat geval is de procedure: druk meten, oppompen of ontluchten, vervolgens het systeem resetten. Blijft de melding na een correcte reset terugkomen, dan is er mogelijk sprake van een langzaam lekkende band.
Een melding zoals “Bandenspanningsmonitor defect” of “Bandenspanningssysteem storend” wijst eerder op een elektronisch probleem: een defecte sensor, communicatieprobleem in de CAN‑bus of softwarefout. In dat geval helpt een simpele reset via het menu meestal niet en is diagnose met een OBD2‑tool aan te raden. Vooral bij oudere sensoren (batterijen gaan gemiddeld 7–10 jaar mee) zijn dergelijke storingen geen uitzondering.
Wetgeving rondom TPMS (EU‑regelgeving sinds 2014) en APK‑eisen voor de mercedes A‑Klasse
Sinds november 2014 is TPMS verplicht op nieuwe personenauto’s die in de EU worden verkocht. Dat geldt dus ook voor vrijwel alle Mercedes A‑Klasse modellen vanaf de W176. Het systeem moet continu de bandenspanning bewaken en de bestuurder waarschuwen bij significante afwijkingen. Diverse onderzoeken tonen aan dat goed functionerende TPMS‑systemen het aantal klapbanden met zo’n 30% kunnen reduceren en het gemiddelde brandstofverbruik met circa 2–4% verlagen.
Bij de APK (periodieke keuring) mag het TPMS‑controlelampje niet permanent branden. Een A‑Klasse met een actieve TPMS‑storing kan dus een afkeurpunt opleveren, afhankelijk van nationale interpretatie van de regels. Functioneert het systeem niet, dan is professioneel herstel meer dan alleen een comfortvraag: het is een wettelijke vereiste en direct gekoppeld aan de veiligheid van jou en je passagiers.
Bandenspanning van een mercedes A‑Klasse corrigeren: meten, oppompen en ontluchten
Gebruik van digitale bandenspanningsmeters en luchtpompen bij tankstations (TotalEnergies, shell)
Bandenspanning corrigeren begint met nauwkeurig meten. Moderne digitale bandenspanningsmeters geven de druk vaak tot op 0,05 bar nauwkeurig weer. Veel grote tankstations, zoals TotalEnergies en Shell, hebben digitale luchtpompen met automatische afslag. Daar stel je de gewenste bar‑waarde in en pompt het systeem automatisch tot de juiste druk. Het scheelt veel giswerk ten opzichte van oudere analoge apparaten.
Voor frequente rijders of bestuurders met meerdere wielsets is een eigen digitale meter een goede investering. Zo kan de spanning thuis worden gecontroleerd wanneer de banden echt “koud” zijn. Kleine afwijkingen van 0,1–0,2 bar zijn normaal; alles daarboven, vooral als het structureel is, vraagt om aandacht. Een vaste maandelijkse controle vermindert de kans dat het TPMS onverwacht een waarschuwing geeft.
Correcte meetprocedure: koude banden, afwijking bij hoge buitentemperatuur of lange ritten
Bandenspanning wordt altijd gedefinieerd bij “koude banden”. Dat betekent: de auto heeft minimaal twee uur stilgestaan, of er is hooguit een korte rit op lage snelheid gemaakt. Na een lange snelwegrit of op een hete zomerdag loopt de druk eenvoudig 0,2–0,4 bar op door temperatuurstijging van de lucht in de band. Meteen na zo’n rit meten en vervolgens hard ontluchten is dus geen goed idee.
Een handige analogie: zie een band als een snelkookpan. Wordt de temperatuur hoger, dan stijgt de interne druk, ook al is er geen lucht bijgekomen. Wie in die omstandigheden gaat ontluchten tot de “koude” fabriekswaarde, komt na afkoeling fors onder de aanbevolen spanning uit. De veilige aanpak is om in twijfelgevallen iets conservatiever te corrigeren en later nogmaals te meten als de banden zijn afgekoeld.
Stap‑voor‑stap werkwijze voor gelijke druk op alle vier banden en eventueel het thuiskomertje
Een gestructureerde aanpak helpt om zowel de fysieke bandenspanning als het TPMS‑systeem van de Mercedes A‑Klasse netjes op orde te krijgen.
- Zet de auto op een vlakke ondergrond en controleer of de banden koud zijn (minstens 2 uur niet gereden).
- Lees de aanbevolen bandenspanning af op de sticker (B‑stijl of tankklep) en noteer de waarden voor voor‑ en achteras.
- Meet met een betrouwbare meter de huidige druk van alle vier de banden en vergelijk deze met de aanbevolen waarden.
- Pom de banden op of laat lucht ontsnappen tot de gemeten waarden overeenkomen met de fabriekswaarden of de gekozen instelling.
- Voer daarna de TPMS‑reset uit via het passende menu (W176 boordcomputer of W177 MBUX) zodat de nieuwe waarden als referentie gelden.
Heeft de auto een thuiskomertje (compact reservewiel), dan gelden hiervoor vaak afwijkende, veel hogere spanningen (bijvoorbeeld 3,8–4,2 bar). Deze waarde staat meestal apart vermeld in het instructieboekje. Het TPMS bewaakt doorgaans alleen de vier hoofdwielen, maar een te zachte thuiskomer kan in geval van nood alsnog problemen geven.
Veiligheidsmarges: maximaal toegestane overdruk en risico’s van structurele onderdruk
Een lichte overdruk (0,1–0,3 bar boven de aanbevolen waarde) is in veel situaties acceptabel en in sommige gevallen zelfs gewenst (volledige belading, hoge snelheid). De maximale veilige druk staat op de zijkant van de band aangeduid als “max pressure”. Die waarde ligt meestal tussen 3,0 en 3,5 bar voor personenautobanden. Structureel tegen de maximale waarde aan rijden is echter oncomfortabel en kan de grip bij nat weer negatief beïnvloeden.
Structurele onderdruk is gevaarlijker. Banden die constant 0,5 bar of meer te zacht zijn, lopen sneller warm en hebben een sterk verhoogd risico op een klapband. Daarnaast verslijt de schouder van de band veel sneller, wat bij een jaarlijkse kilometrage van 20.000 km al snel honderden euro’s extra bandenbudget betekent. Juist in die situaties bewijst de bandenspanningscontrole van een Mercedes A‑Klasse zijn waarde door vroegtijdig in te grijpen.
Bandenspanning resetten via het MBUX‑ of boordcomputer‑menu in de mercedes A‑Klasse
TPMS reset op W176 via stuurwielknoppen en boordcomputer (klokje‑display): menu “bandenspanning”
Bij de W176 A‑Klasse verloopt de reset van de bandenspanning volledig via de boordcomputer in het instrumentenpaneel. Met de pijltjestoetsen op het stuur blader je door de menu’s. Kies eerst voor het hoofdmenu “Service” of “Assistentie”, afhankelijk van de taalinstelling, en ga vervolgens naar de optie “Bandenspanning”. In dit scherm wordt vaak de actuele druk per band weergegeven (bij direct TPMS) of de status van het systeem bij indirect TPMS.
Na het corrigeren van de bandenspanning verschijnt onderin het menu een optie om de huidige conditie als nieuwe referentie vast te leggen, vaak aangeduid met een melding die om bevestiging vraagt. Door de bevestigingsknop (ok of R, afhankelijk van uitvoering) in te drukken, wordt de bandenspanningscontrole gereset. Het lampje dooft na enkele meters of kilometers rijden, zodra het systeem voldoende data heeft verzameld.
TPMS reset op W177 met MBUX: stappen via “voertuig” → “service” → “bandenspanningscontrole”
De W177 met MBUX werkt met een horizontaal menusysteem. Door op de Home-knop op het linker stuurwiel te drukken, verschijnt een balk met pictogrammen zoals “Trip”, “Navigatie”, “Radio” en “Service”. Door naar rechts te swipen selecteer je “Service”. Binnen dit servicemenu is een sectie “Bandenspanning” of “Bandenspanningscontrole” te vinden, waarin de actuele drukken en de status van het TPMS worden getoond.
Na het instellen van de juiste druk kies je in dit menu voor de optie om de huidige waardes op te slaan als nieuwe referentie. Vaak verschijnt eerst een waarschuwingstekst met de vraag of de bandenspanning is gecontroleerd en overeenkomstig de aanbeveling is ingesteld. Pas na bevestiging start het systeem een leerfase; tijdens de daaropvolgende kilometers worden de nieuwe referentiewaarden geverifieerd en krijgt de bestuurder zekerheid over een correcte reset.
Bevestiging van nieuwe referentiewaarden na bandenspanningsaanpassing en eerste kilometers
Een reset van het TPMS is niet direct definitief. Het systeem moet eerst een korte leerfase doorlopen. Tijdens deze fase vergelijkt de software de nieuwe referentiewaarden met de gemeten data bij verschillende snelheden en wegcondities. Gewoonlijk is na 5–10 minuten rijden bij snelheden tussen 30 en 100 km/u voldoende informatie verzameld. Blijft de waarschuwing uit, dan is de reset succesvol geweest.
Bij indirecte systemen (ABS‑gebaseerd) is deze leerfase nog belangrijker, omdat het systeem de relatieve verschillen in rotatiesnelheid opnieuw moet kalibreren. Wie direct na de reset weer lucht laat ontsnappen of bijpompt, verstoort dit proces en creëert vaak nieuwe meldingen. Een consequente aanpak – eerst drukken instellen, dan resetten, dan rijden – voorkomt veel frustratie.
Veelvoorkomende foutmeldingen na reset en diagnostische aanpak (uitsluiten van lek of sensorschade)
Komt de melding “Bandenspanning controleren” steeds kort na een reset terug, dan zijn er grofweg drie vaak voorkomende oorzaken: een langzaam lek, een onjuiste referentiewaarde of een defecte sensor. Een langzaam lek wordt vaak veroorzaakt door een schroef of spijker in het loopvlak, of door slechte afdichting van het ventiel. Meet in dat geval na enkele uren of een nacht of de druk in één band significant lager is dan de rest.
Onjuiste referentiewaarden kunnen ontstaan wanneer de bandenspanning na een warme rit wordt ingesteld en vervolgens als “normaal” wordt opgeslagen. Zodra de banden afkoelen, interpreteert het systeem de lagere druk als probleem. Een beter moment voor het instellen van de referentie is bij koude banden. Pas als lek en bedieningsfout zijn uitgesloten, is een elektronisch probleem (sensor of TPMS‑module) een waarschijnlijker oorzaak.
Gebruik van OBD2‑diagnosetools (bijv. icarsoft MB II, autel) voor geavanceerde TPMS‑kalibratie
Voor diepere diagnose bieden OBD2‑diagnosetools zoals iCarsoft MB II of bepaalde Autel‑modellen uitgebreide TPMS‑functies. Dergelijke tools kunnen per wiel de gemeten druk, temperatuur en batterijstatus van de sensor uitlezen, en sensor‑ID’s opnieuw inleren na vervanging of bij montage van een nieuwe wielset. Ook foutcodes omtrent communicatieproblemen of interne sensorfouten worden hiermee zichtbaar.
In professionele werkplaatsen wordt vaak met een dedicated TPMS‑programma gewerkt dat zowel de bandenspanningswaarden als de koppeling van sensor naar wielpositie beheert. Voor een particuliere eigenaar is de aanschaf van zo’n tool alleen zinvol bij veelvuldig wisselen van wielen of bij meerdere voertuigen met TPMS. Voor een eenmalige TPMS‑storing volstaat een bezoek aan een specialistische bandenservice of Mercedes‑dealer.
Specifieke scenario’s: winterbanden, zomerbanden en wissel naar andere velgmaten
Resetprocedure na wissel tussen zomer- en winterset (bijv. 17″ OEM‑velgen naar 16″ staal)
Veel A‑Klasse rijders gebruiken een aparte winterset, bijvoorbeeld 16‑inch stalen velgen met winterbanden in plaats van 17‑inch OEM‑zomerwielen. Bij elke seizoenswissel verandert niet alleen het rubber, maar ook de velgdiameter en soms de bandbreedte. Dat betekent dat de optimale bandenspanning per set kan verschillen. De eerste stap na een wielwissel is daarom het instellen van de juiste druk volgens de waardes voor de betreffende bandenmaat.
Vervolgens moet de bandenspanningscontrole opnieuw worden gereset via het W176‑menu of het W177‑MBUX‑systeem. Dit voorkomt dat het TPMS de gewijzigde rolomtrek van de nieuwe set als fout interpreteert. Vooral bij indirecte systemen is de reset na een wielwissel essentieel, maar ook direct TPMS moet de gewijzigde sensor‑ID’s of bandkarakteristieken soms opnieuw leren.
Programmeren of aanleren van nieuwe TPMS‑sensoren bij een extra wielset
Bij een extra wielset (zomer/winter) zijn vaak extra TPMS‑sensoren gemonteerd. Moderne A‑Klasse modellen herkennen deze sensoren meestal automatisch na enkele kilometers rijden, zolang de sensoren compatibel zijn en juiste frequenties en protocollen gebruiken. Bij oudere systemen, of bij universele aftermarketsensoren, kan handmatige aanmelding via een diagnosetool nodig zijn.
Het aanleren van nieuwe sensoren verloopt doorgaans via een speciale TPMS‑aanleerfunctie in de diagnosetester. De tool leest de sensor‑ID’s uit, koppelt deze per wielpositie en schrijft ze in de TPMS‑module. Daarna is een korte proefrit nodig om de drukwaarden te valideren. Zonder dit proces ziet het systeem de nieuwe sensoren als onbekend en blijft een “Bandenspanningsmonitor defect”‑melding actief.
Afstemming bandenspanning op winterbanden (michelin alpin, continental WinterContact) bij lage temperatuur
Winterbanden zoals Michelin Alpin of Continental WinterContact zijn specifiek ontworpen voor lagere temperaturen en sneeuw/slush. De rubbersamenstelling blijft flexibel bij kou, maar reageert ook gevoeliger op drukwisselingen door temperatuur. Een daling van 10 °C kan de bandenspanning met ongeveer 0,1 bar verminderen. Rijders die van een warme garage de winterkou in gaan, zien daarom soms spontaan een TPMS‑melding na een nacht vorst.
Een praktische richtlijn is om winterbanden iets dichter bij de bovengrens van de aanbevolen bandenspanning te houden, zeker bij structureel koude omstandigheden. Een instelling van bijvoorbeeld 0,1–0,2 bar boven de zomerwaarde kan helpen om de invloed van temperatuurfluctuaties op te vangen. Na het corrigeren van de druk is een nieuwe reset van de bandenspanningscontrole in de Mercedes A‑Klasse nodig om valse meldingen te voorkomen.
Invloed van grotere velgen (AMG line 18″/19″) op comfort, slijtagepatroon en drukinstelling
Veel bestuurders kiezen voor grotere AMG‑velgen van 18 of 19 inch voor een sportievere uitstraling. Technisch gezien betekent dit een lagere bandwang en een stijvere constructie. Het resultaat: directer stuurgedrag, maar ook een harder veercomfort. De fabrieksaanbevelingen houden hier rekening mee door iets hogere bandenspanningen voor te schrijven, vooral bij hogere belastingen of snelheden.
Bij te lage druk op deze grote velgen ontstaat relatief snel een zaagtand‑slijtagepatroon op het loopvlak, merkbaar als een zoemend geluid en onrustig rijgedrag. Een juiste bandenspanning, regelmatig wisselen voor/achter en tijdige TPMS‑reset na aanpassing van de druk zijn daarom essentieel om dit te beperken. Zo blijven zowel de rijbeleving als de levensduur van de (vaak dure) AMG‑banden optimaal.
Probleemoplossing: hardnekkige TPMS‑waarschuwing na reset van de bandenspanning
Detectie van langzaam leeglopen banden (schroef of spijker) en professionele lekreparatie
Een van de meest voorkomende redenen voor een TPMS‑melding, ondanks ogenschijnlijk correcte druk, is een langzaam lek. Dit kan veroorzaakt worden door een spijker of schroef in het loopvlak, een scheur in de wang of een lekkend ventiel. Het TPMS herkent dit aan een geleidelijke maar consistente drukdaling, vaak enkele tienden bar over enkele dagen. Statistieken van bandenbedrijven tonen dat circa 20–30% van de TPMS‑meldingen uiteindelijk terug te voeren is op zo’n langzaam lek.
Om dit te controleren, kun je de druk van alle vier banden meten, noteren en na 24 uur opnieuw meten zonder te rijden. Verliest één band duidelijk meer druk dan de rest, dan is een professionele lekreparatie bij een bandenservice of Mercedes‑dealer nodig. Tijdelijk bijpompen en telkens resetten is in zo’n situatie geen oplossing, maar verhoogt het risico op een plotselinge drukval tijdens het rijden.
Herkennen van defecte TPMS‑sensoren: lege batterij, corroded ventiel, signaalverlies
TPMS‑sensoren hebben een ingebouwde batterij met een levensduur van gemiddeld 7–10 jaar, afhankelijk van kilometerstand en rijprofiel. Na die periode neemt het zendvermogen af, of valt de sensor geheel uit. Typische symptomen zijn wisselende foutmeldingen, het niet meer tonen van de druk van één specifiek wiel of een algemene melding “Bandenspanningsmonitor defect”. Een OBD2‑diagnosetool kan in veel gevallen direct aangeven welke sensor geen signaal meer geeft.
Naast batterijslijtage kunnen ook corroded ventielen, mechanische beschadiging bij bandenwissels of verkeerde montage tot problemen leiden. Bij aluminium ventielen speelt corrosie door strooizout en vocht een grotere rol dan bij rubberventielen. Bij vervanging is het aan te raden direct alle benodigde afdichtringen en ventielcomponenten mee te vernieuwen, zodat de nieuwe sensor weer jarenlang probleemloos functioneert.
Wanneer naar de mercedes‑dealer of specialist (stern, louwman, vakgarage) voor TPMS‑diagnose
Hoewel veel bandenspanningsproblemen zelf zijn op te lossen door de druk te corrigeren en het TPMS via MBUX of boordcomputer te resetten, zijn er situaties waarin een professionele diagnose zinvol is. Blijft een TPMS‑lampje branden ondanks meerdere zorgvuldig uitgevoerde resets, of komen er foutcodes terug die wijzen op communicatieproblemen, dan is de kans groot dat een sensor of de TPMS‑module zelf defect is.
Een Mercedes‑dealer of gespecialiseerde werkplaats (zoals bekende dealerorganisaties of een goed uitgeruste Vakgarage) beschikt over merkgebonden diagnosetools en actuele softwarestanden. Daarmee kunnen complexe storingen worden opgespoord, software‑updates worden uitgevoerd en sensoren correct worden ingeleerd. Voor jou als bestuurder betekent dat een betrouwbaar bandenspanningssysteem, minder onverwachte meldingen en maximale veiligheid tijdens elke rit met de Mercedes A‑Klasse.