
Niet-werkende alarmlichten bij een Peugeot 107 zijn meer dan een klein ongemak. Zonder goed functionerend waarschuwingsknipperlicht neemt het risico op een aanrijding sterk toe, vooral bij pech langs de weg of in druk stadsverkeer. Bovendien vormen defecte alarmlichten een directe afkeurreden bij de APK-keuring en kunnen ze bij een ongeval een rol spelen in de beoordeling van aansprakelijkheid. Als je merkt dat de alarmlichten niet reageren, onregelmatig knipperen of alleen aan één zijde werken, is het belangrijk om gericht en systematisch te zoeken naar de oorzaak. Met de juiste diagnose, basisgereedschap en een gestructureerde aanpak laat dit storingsbeeld zich in de meeste gevallen goed oplossen, zonder onnodig dure onderdelen te vervangen.
Typische oorzaken waarom alarmlichten van een peugeot 107 niet werken
Bij de Peugeot 107 zijn de alarmlichten en richtingaanwijzers onderdeel van hetzelfde elektrische circuit. De meest typische oorzaken van niet-werkende alarmlichten liggen in een defecte zekering, een probleem in de BSI-module, een versleten alarmlichtschakelaar in het dashboard of een massa- of kabelprobleem in de carrosserie. In veel praktijkgevallen blijkt zekering nummer 5, zoals beschreven in het originele boekje van de 107, verantwoordelijk te zijn voor zowel knipperlichten als alarmlichten. Zodra deze zekering is doorgebrand, zijn in één klap richtingaanwijzers, controlelampjes op het dashboard en waarschuwingsknipperlichten buiten werking. Het controleren van deze zekering is dus een logische eerste stap als de alarmlichten niet meer reageren.
Naast zekeringen speelt veroudering van componenten een grote rol. Bij 107’s, C1’s en Aygo’s uit dezelfde generatie is frequent corrosie in schakelaars en stekkers te zien. Vocht, in combinatie met fabrieksvet, zorgt voor een groene oxidatielaag op koperen contacten, waardoor de stroomvoorziening onderbroken raakt. Dit effect zie je bijvoorbeeld terug in de richtingaanwijzerhendel, maar ook de alarmlichtknop zelf kan intern oxideren. Een ander terugkerend probleem is een defect in het dashboardcluster, waarbij de groene pijltjes in het instrumentenpaneel niet knipperen terwijl de buitenste knipperlichten wel werken: de alarmlichten functioneren dan technisch nog, maar de bestuurder krijgt geen visuele terugkoppeling meer.
Op fora voor de Peugeot 107 en zuster-modellen wordt regelmatig melding gemaakt van knipperlichten die het soms wel, soms niet doen, of alleen knipperen wanneer tegen de stuurkolom wordt getikt. Dit soort symptomen wijzen vaak op een beginnend contactprobleem in de com2000-unit (de combinatie van stuurkolomschakelaars), op een beginnend probleem in de BSI of op een slechte massa-aansluiting. In dergelijke gevallen is het zinvol om niet alleen een zekering te vervangen, maar het complete circuit stap voor stap door te meten. Door gestructureerd te werk te gaan voorkom je dat je onnodig dure onderdelen vervangt terwijl een eenvoudige schoonmaakbeurt van contacten al voldoende zou zijn geweest.
Elektrische schema’s en zekeringen: diagnose van het waarschuwingsknipperlichtcircuit
Lokaliseren en controleren van de alarmlicht-zekering in de BSI en zekeringkast peugeot 107
De Peugeot 107 heeft twee hoofdlocaties voor zekeringen: onder de motorkap en achter het stuur in de interieur-zekeringkast. De zekering voor knipperlichten en alarmlichten zit bij veel bouwjaren in de interieurkast, vaak aangeduid als zekering nummer 5. Het is verstandig om het zekeringenschema van jouw exacte bouwjaar te raadplegen, omdat er per modeljaar kleine verschillen kunnen zijn. In de praktijk blijkt dat bestuurders soms alleen de zekeringen in de motorruimte nakijken en de zekeringen achter het stuur vergeten, waardoor een eenvoudige oorzaak over het hoofd wordt gezien.
Een visuele controle is niet altijd voldoende. Een zekering kan er intact uitzien maar intern onderbroken zijn. Daarom is het zinvol om met een multimeter op de doormeetstand de zekering op continuïteit te testen. Bij geen signaal is de zekering defect, ook als het kunststof omhulsel nog heel lijkt. Bij herhaald defect raken van dezelfde zekering is er vrijwel altijd sprake van een onderliggend probleem, zoals kortsluiting in de bedrading of een defect component dat te veel stroom trekt. Het simpelweg steeds weer vervangen van de zekering is dan een tijdelijke en onveilige oplossing.
Uitlezen van storingen met OBD2-diagnosetool (bijv. autel, bosch KTS) bij defecte alarmlichten
Met moderne OBD2-diagnosetools, zoals een Autel-scanner of een Bosch KTS, is het mogelijk om de BSI en gerelateerde modules van de Peugeot 107 uit te lezen. Hoewel het knipperlichtcircuit relatief eenvoudig lijkt, registreert de BSI bij storingen soms foutcodes die indirect naar de oorzaak wijzen. Denk aan foutcodes rond de stuurkolomschakelaar, het dashboard of algemene body-elektronica. Een OBD2-scan geeft snel inzicht of de BSI zelf storingen detecteert, bijvoorbeeld een interne fout of een probleem in het communicatiecircuit met andere modules.
Bij defecte alarmlichten zonder zichtbare zekeringproblemen is het uitlezen van de BSI een logische vervolgstap. De diagnosegegevens kunnen laten zien of de BSI het commando van de alarmlichtschakelaar überhaupt ontvangt. Als de BSI geen statuswijziging registreert bij het indrukken van de knop, ligt de fout eerder in de schakelaar of bedrading. Registreert de BSI het commando wel, maar komt er geen uitgangssignaal naar de lampen, dan wijst dat op een intern relais- of driverprobleem in de BSI. In dat geval is gerichte reparatie of revisie zinvoller dan op goed geluk onderdelen gaan vervangen.
Controle van massa-aansluitingen en spanningsval in het alarmlichtcircuit
Massa-problemen worden nog steeds onderschat als oorzaak van verlichtingstoringen. De Peugeot 107 maakt, net als veel compacte auto’s, gebruik van centrale massapunten aan de voorzijde van de carrosserie. Als deze massapunten corroderen of losraken, kan de spanning op het knipperlichtcircuit onder belasting instorten. Je ziet dan bijvoorbeeld wel 12 volt gemeten zonder belasting, maar bij ingeschakelde alarmlichten zakt de spanning dramatisch en vallen de lampen uit of gaan vreemd meeknipperen met andere verlichting.
Een praktische methode is spanningsval-metingen uitvoeren: meet de spanning tussen de plusdraad van het alarmlichtcircuit en een goed bekende massa, en daarna tussen de massa van het lampcircuit en de accu-min. Een spanningsval van meer dan ongeveer 0,5 volt duidt op weerstand in het massapad. Door de massapunten visueel te inspecteren, roest te verwijderen en de contactvlakken licht op te schuren, los je veel vreemde knipperverschijnselen op. Het vervangen van zilverkleurige, gecorrodeerde zekeringen door koperen varianten kan de betrouwbaarheid op langere termijn eveneens verbeteren.
Herkennen van kortsluiting of kabelbreuk in de kabelboom naar richtingaanwijzers
Kortsluiting of kabelbreuk in de kabelboom komt vooral voor bij auto’s die veel in de stad worden gebruikt of die eerder schade hebben gehad aan bumper of voorscherm. Bij een kabelbreuk werken de alarmlichten soms alleen links of alleen rechts, of vallen de lampen weg bij trillingen of sturen. Bij een echte kortsluiting slaat de zekering direct door zodra de alarmlichten worden ingeschakeld. In sommige gevallen is een isolatiefout slechts sporadisch aanwezig, bijvoorbeeld bij regen of hoge luchtvochtigheid, waardoor de fout lastig te reproduceren is.
Het visueel volgen van de kabelboom vanaf de BSI naar de voorste en achterste knipperlichten levert vaak al sporen op, zoals schuifsporen, knikken of plekken waar de isolatie tegen scherp plaatwerk schuurt. Een doormeettest met de multimeter, waarbij de continuïteit per segment van de kabel gecontroleerd wordt, maakt duidelijk waar de onderbreking zit. Bij twijfel is het soms sneller om een nieuwe kabelstrook aan te leggen dan uitgebreid in een beschadigde oude kabelboom te repareren. Vooral in de overgang tussen carrosserie en achterklep ontstaan vaak breuken door herhaald openen en sluiten.
Defecte alarmlichtschakelaar in het dashboard: symptomen en metingen
Verschil in diagnose tussen defecte alarmlichtknop en defecte richtingaanwijzerhendel
De alarmlichtknop en de richtingaanwijzerhendel zijn twee verschillende ingangen voor hetzelfde knipperlichtsysteem, maar met verschillende aansturing. De alarmlichtknop op het middenconsole stuurt een signaal naar de BSI waarmee beide zijden gelijktijdig worden geactiveerd. De richtingaanwijzerhendel, vaak onderdeel van de com2000-unit, geeft links- of rechtscommando’s door. Als de richtingaanwijzers normaal functioneren maar de alarmlichten niet inschakelen, is de kans groot dat de alarmlichtknop of de bedrading daarvan defect is. Werkt geen van beide functies, dan wijst dit eerder op een zekering-, BSI- of massaprobleem.
Een veelgehoord verschijnsel bij de 107 is dat de richtingaanwijzers soms uitvallen of alleen reageren als de hendel net iets omhoog of omlaag wordt bewogen. Dit duidt op versleten koperen strips of oxidatie in de hendelunit. In zulke gevallen kunnen de alarmlichten nog wel functioneren, omdat die via de aparte schakelaar lopen. Het onderscheid tussen beide storingen is essentieel om gerichte reparatie uit te voeren en te voorkomen dat onnodig zowel de hendel als de alarmlichtknop wordt vervangen.
Meten van continuïteit en schakelfunctie van de alarmlichtknop met een multimeter
De alarmlichtschakelaar is in de basis een eenvoudige schakelaar die bij indrukken een circuit sluit richting BSI. Met een multimeter op de ohm- of doormeetstand is snel te testen of de schakelaar intern nog goed functioneert. Hiervoor wordt de schakelaar losgekoppeld van de stekker en worden de juiste pinnen gemeten. In ruststand hoort er óf juist wel, óf geen verbinding te zijn (afhankelijk van het type schakelaar), en bij indrukken verandert deze status. Blijft de multimeter dezelfde waarde tonen, dan is de alarmlichtknop intern defect.
Een praktische tip is om de schakelaar enkele malen stevig in en uit te drukken terwijl gemeten wordt. In sommige gevallen komt de verbinding tijdelijk terug en zie je de weerstand schommelen. Dit wijst op vervuilde of geoxideerde contacten. Hoewel contactreiniger soms een tijdelijke verbetering geeft, is bij een duidelijk aangetaste schakelaar vervanging meestal de meest duurzame oplossing. Zeker bij een cruciaal veiligheidssysteem als alarmlichten verdient een volledig betrouwbare schakelaar de voorkeur.
Demontage van het middenconsole-paneel bij peugeot 107 om de schakelaar te vervangen
Voor het vervangen van de alarmlichtschakelaar moet het middenconsole-paneel worden verwijderd. Bij de Peugeot 107 is dit paneel meestal met een combinatie van clips en enkele schroeven bevestigd. Eerst worden zichtbare schroeven rond de radio en bedieningspanelen losgedraaid, daarna kan het paneel voorzichtig worden losgeklikt. Het gebruik van kunststof demontagegereedschap voorkomt beschadiging van het dashboard. Als het paneel iets naar voren komt, is de achterkant van de alarmlichtschakelaar bereikbaar en kan de stekker worden losgenomen.
Na het losnemen van de stekker wordt de schakelaar zelf uit het paneel gedrukt of met kleine borglipjes gelost. Bij terugmontage is het belangrijk dat de nieuwe of gereinigde schakelaar stevig vastklikt en dat de stekker hoorbaar insluit, zodat er geen los contact ontstaat bij trillingen. Vervolgens wordt het middenconsole-paneel in omgekeerde volgorde teruggeplaatst. Controleer direct na montage of de alarmlichten weer functioneren en of het controlelampje in de schakelaar zelf (indien aanwezig) correct meedoet.
Gebruik van OEM-onderdelen versus aftermarket alarmlichtschakelaars (bijv. valeo, febi)
Bij de keuze tussen een originele Peugeot-alarmlampknop (OEM) en een aftermarket-variant van bijvoorbeeld Valeo of Febi spelen prijs, kwaliteit en beschikbaarheid een rol. OEM-onderdelen sluiten naadloos aan op de bestaande bedrading en afwerking van de Peugeot 107 en hebben doorgaans een bewezen levensduur. Aftermarket-schakelaars zijn vaak goedkoper en snel leverbaar, maar de pasvorm of de kwaliteit van de interne contacten kan variëren. Voor een component dat een essentiële veiligheidsfunctie vervult, verdient betrouwbaarheid volgens veel professionals de hoogste prioriteit.
In de praktijk blijkt dat goede aftermarket-merken nauwelijks onderdoen voor de originele onderdelen, terwijl onbekende budgetvarianten sneller storingen of contactproblemen kunnen geven. Wie lang met de auto wil blijven rijden, kiest daarom vaak voor een A-merk aftermarket-onderdeel of direct voor OEM. Bij aanschaf van gebruikte schakelaars is het raadzaam om rekening te houden met het feit dat dezelfde veroudering en oxidatie ook in dat onderdeel aanwezig kunnen zijn, waardoor de storing kort na montage opnieuw kan optreden.
Problemen met de knipperlichtrelais en BSI-module bij peugeot 107
Werking van de geïntegreerde knippermodule in de BSI (body systems interface)
Waar oudere auto’s een los knipperlichtrelais onder het dashboard hadden, is bij de Peugeot 107 de knipperfunctie geïntegreerd in de BSI-module. Deze Body Systems Interface bestuurt onder andere verlichting, centrale vergrendeling en diverse comfortfuncties. Het op- en afschakelen van de knipperlichten gebeurt elektronisch via drivers en interne relais in deze module. De alarmlichten ontvangen dus geen direct relais-signaal van de alarmlichtknop, maar een digitaal geïnterpreteerde opdracht die door de BSI wordt verwerkt.
Dit betekent dat een storing in de BSI zich kan uiten als onregelmatig knipperen, te snel knipperen zonder defecte lamp, of het volledig wegvallen van zowel richtingaanwijzers als alarmlichten. In recente jaren is vanuit revisiebedrijven gerapporteerd dat BSI-problemen bij verouderende stadsauto’s toenemen. Warmte, trillingen en vocht zorgen voor microscheurtjes in solderingen of defecte componenten op de printplaat. Omdat de BSI meerdere functies bundelt, kunnen gelijktijdig andere elektrische klachten optreden, zoals spontaan aanspringende ruitenwissers of vreemde pieptoontjes in het interieur.
Diagnose van relaisklikken, onregelmatig knipperen en het volledig uitvallen van alarmlichten
Bij het inschakelen van de alarmlichten is een regelmatig klikgeluid vanuit het dashboard een indicatie dat de interne knipperfunctie nog actief is. Ontbreekt dit klikgeluid volledig, terwijl de zekeringen goed zijn en de alarmlichtknop werkt, dan is een interne BSI-storing waarschijnlijk. Onregelmatig knipperen, waarbij het ritme verspringt of de lampen soms een slag overslaan, kan wijzen op een verouderde BSI-driver of spanningsinstabiliteit in het boordnet, bijvoorbeeld door een zwakke accu of slechte massa.
Soms knipperen de controlelampjes op het dashboard wel, maar blijven de buitenspiegellampen of zijknipperlichten uit. Dit wijst eerder op een kabel- of lampprobleem dan op een BSI-defect. Een systematische vergelijking tussen wat de BSI “denkt” te doen (via diagnosetool) en wat er daadwerkelijk aan de auto gebeurt, is hier erg waardevol. Door de alarmlichten in de live-data van de diagnosetool te activeren en gelijktijdig spanning en massa op de lampvoedingen te meten, wordt duidelijk of de BSI zijn werk doet of dat het probleem verderop in het circuit zit.
Reparatieopties: BSI-revisie, gebruikte BSI installeren of volledige vervanging
Als de BSI daadwerkelijk de boosdoener is, zijn er drie hoofdopties: revisie, gebruikte BSI of volledige vervanging door een nieuwe. BSI-revisie bij een gespecialiseerd bedrijf is vaak de meest kostenefficiënte route. De interne printplaat wordt dan gecontroleerd, slechte solderingen worden hersteld en defecte componenten vervangen. Bij een geslaagde revisie blijven sleutels en immobilizer-gegevens intact, wat extra kosten voorkomt. De doorlooptijd ligt bij veel bedrijven tussen één en drie werkdagen, afhankelijk van de drukte.
Een gebruikte BSI monteren lijkt op het eerste gezicht goedkoop, maar brengt risico’s met zich mee. De gebruikte module kan dezelfde verouderingsproblemen hebben of zelfs al (deels) defect zijn. Bovendien moeten sleutels en startonderbreker op de “nieuwe” BSI worden aangepast, waardoor extra programmeerkosten ontstaan. Een volledig nieuwe BSI is technisch gezien de meest betrouwbare oplossing, maar voor een compacte auto als de Peugeot 107 meestal economisch minder interessant, zeker wanneer de dagwaarde van de auto relatief laag is ten opzichte van de reparatiekosten.
Implicaties voor immobilizer en sleutelcodering bij vervanging van de BSI
De BSI is nauw gekoppeld aan de immobilizer en de transponderchips in de sleutels. Bij het vervangen van de BSI moet rekening worden gehouden met het feit dat sleutelcodering en startblokkering opnieuw moeten worden afgestemd. Bij revisie van de originele BSI blijft deze codering doorgaans behouden, waardoor de auto na montage direct met de bestaande sleutels start. Bij montage van een gebruikte BSI moet ofwel de BSI worden “virginized” (teruggezet naar fabrieksstand), ofwel de sleutels opnieuw worden ingeleerd.
Voor het inleren van sleutels en immobilizergegevens is dealersoftware of een geavanceerde diagnosetool nodig, plus de beveiligingscodes van de auto. Dit maakt BSI-vervanging doorgaans geen doe-het-zelfklus voor de gemiddelde berijder. Wie de alarmlichtstoring tot op BSI-niveau heeft herleid, doet er verstandig aan om de voor- en nadelen van revisie, gebruikte modules en nieuwe onderdelen goed af te wegen, ook met het oog op toekomstige betrouwbaarheid van de elektronica.
Led-ombouw, defecte lampen en stekkerverbindingen in de peugeot 107 verlichting
Steeds meer bestuurders kiezen voor LED-ombouw van de standaard gloeilampen in knipperlichten en andere verlichting. Hoewel LED-lampen voordelen bieden, zoals lagere stroomopname en langere levensduur, zorgen ze ook regelmatig voor onverwachte storingen in het knipperlichtsysteem van de Peugeot 107. Omdat LED’s veel minder stroom trekken, “denkt” de BSI vaak dat er een lamp defect is, met als gevolg een sneller knipperend ritme of foutmeldingen. In sommige gevallen werken de alarmlichten met LED-lampen zelfs helemaal niet, omdat de BSI het minimale belastingniveau niet detecteert.
Het gebruik van canbus-compatibele LED-lampen of externe weerstandmodules kan dit probleem verminderen, maar voegt weer extra componenten en verbindingspunten toe aan het systeem. Elke extra verbinding is een potentieel storingspunt, zeker in een omgeving met vocht, vuil en trillingen. Bij klachten over niet-werkende alarmlichten na LED-ombouw is het daarom zinvol om tijdelijk terug te schakelen naar de originele halogeen- of gloeilampen. Als de alarmlichten dan weer normaal functioneren, ligt de oorzaak vrijwel zeker bij de LED-conversie of de gebruikte weerstanden en adapters.
Naast het type lamp spelen ook stekkerverbindingen en lamphouders een cruciale rol. Corrosie of verbrande contacten door oververhitting kunnen ervoor zorgen dat één zijde uitvalt of dat lampen slechts soms knipperen. Een grondige visuele inspectie van alle knipperlichtunits, inclusief achterlichten, zijknipperlichten en eventuele spiegellampen, helpt om losse pennen, verbrande plastic delen of vochtsporen te ontdekken. Het schoonmaken van contacten en, indien nodig, het vervangen van lamphouders is een relatief goedkope maatregel die veel storingen verhelpt.
Stap-voor-stap storingsdiagnose: van visuele inspectie tot oscilloscoopmeting
Een gestructureerde diagnoseaanpak voorkomt dat je kostbare tijd en geld verspilt aan het willekeurig vervangen van onderdelen. Denk bij het zoeken naar de oorzaak van niet-werkende alarmlichten aan een piramide: eerst brede, eenvoudige controles, daarna steeds specifiekere en technischere metingen. Beginnend bij een visuele inspectie van lampen, zekeringen en stekkers, oplopend naar metingen met multimeter en, in complexe gevallen, oscilloscoop. Een logische volgorde verhoogt de kans dat de juiste oorzaak snel in beeld komt.
- Controleer alle knipperlichtlampen en alarmlichten visueel en vervang twijfelachtige of oude lampen.
- Controleer de relevante zekeringen in de motorruimte en interieurkast, inclusief zekering nummer 5.
- Test de alarmlichtschakelaar en richtingaanwijzerhendel op correcte werking en continuïteit.
- Inspecteer massa-aansluitingen en stekkerverbindingen op corrosie, loszitten of verbrande contacten.
- Lees de BSI uit met een OBD2-diagnosetool en voer indien nodig geavanceerde metingen uit.
In meer complexe gevallen, bijvoorbeeld wanneer de alarmlichten soms wel en soms niet werken zonder duidelijk patroon, kan een oscilloscoopmeting helpen. Hiermee wordt zichtbaar of de BSI een stabiel puls-signaal uitstuurt naar de lampcircuits, ook onder belasting. Storingen die met een gewone multimeter onzichtbaar blijven, zoals kortdurende spanningsdipjes of onderbrekingen, worden zo wel duidelijk. Zo’n diepgaande diagnose is meestal werk voor een gespecialiseerde auto-elektronicus, maar helpt om lastige, intermitterende storingen definitief op te lossen.
Veiligheids- en keuringsaspecten: alarmlichten en APK-eisen in nederland
In Nederland vallen de alarmlichten van een Peugeot 107 onder de verplichte verlichtingselementen die bij de APK-keuring moeten functioneren. Volgens de keuringsrichtlijnen moet het waarschuwingsknipperlicht alle richtingaanwijzers gelijktijdig laten knipperen, met een duidelijk zichtbaar en regelmatig ritme. Werkt dit systeem niet of slechts gedeeltelijk, dan wordt de auto afgekeurd totdat de storing is verholpen. Dit geldt zowel voor particuliere 107’s als voor bedrijfsauto’s en rijschoolauto’s die intensief worden gebruikt.
Buiten de APK om spelen alarmlichten een belangrijke rol in de verkeersveiligheid. Bij pech op de vluchtstrook of bij plots remmen in een file zijn goed zichtbare waarschuwingsknipperlichten letterlijk een levensredder. Statistisch gezien vinden een aanzienlijk deel van de kop-staartbotsingen plaats bij stilstaande of langzaam rijdende voertuigen zonder duidelijke waarschuwing. Als de alarmlichten van jouw Peugeot 107 niet werken, vergroot dit het risico in dit soort situaties aanzienlijk, zeker bij slecht weer of in het donker.
Goed functionerende alarmlichten zijn niet alleen een technische vereiste, maar een cruciale veiligheidsbarrière tussen jouw auto en het verkeer achter je.
Daarnaast speelt verzekeringsrecht een rol. Bij een schade-expertise kan een niet-werkend waarschuwingsknipperlichtsysteem meewegen in de beoordeling van de situatie, zeker als er aanwijzingen zijn dat een dreigende situatie niet of onvoldoende is gemarkeerd. Vanuit professioneel oogpunt is het daarom verstandig om storingen aan alarmlichten niet uit te stellen, ook als de auto verder normaal rijdt. Door de combinatie van eenvoudige checks, gerichte metingen en waar nodig professionele diagnose-ondersteuning blijft de Peugeot 107 zowel juridisch als praktisch veilig inzetbaar in het dagelijkse verkeer.